major-travel.reismee.nl

Veelzijdig Vietnam en magisch Laos

Terugkijkend op Vietnam kunnen we stellen dat dit echt één van de landen is waar je fantastisch kunt backpacken. Het is goedkoop, het vervoer is goed, de afstanden zijn niet al te groot en het is veelzijdig. Het is veelzijdig qua verschillende mooie landschappen, geschiedenis, kleurrijk voedsel en grappige kleine mensen.

Vanuit Phu Quoc reizen we eerst naar Ho Chi Minh City. We verblijven in een hostel. En wij maken er een sport van om alle reisbureautjes af te gaan op zoek naar de goedkoopste touraanbieder. We willen namelijk een tourtje maken naar de CuChi tunnels. De tunnels die de vietnamezen gegraven hebben tijdens de oorlog. Het is een immens netwerk van 300 km aan tunnels met boobytraps. Ook wij kruipen door de tunnels om te ervaren hoe smal en benauwd het is. Ook zien we verschillende boobytraps die echt lelijk zijn als je daarin valt. Speciaal voor de toeristen is een stuk van de tunnels breder gemaakt want de gemiddelde Europeaan/Amerikaan past er namelijk niet doorheen. Het verhaal dat door de Vietnamezen wordt verteld is behoorlijk eenzijdig. Voor de Amerikaanse bezoekers is het nogal een gevoelige plek om te bezoeken. Maar de gemiddelde mens weet natuurlijk dat zowel Vietnam als Amerika fouten heeft gemaakt. Toch waren deze tunnels een slimme zet van de Vietnamezen. het was toen goed bedacht.

Na deze tour laten we ons afzetten bij het WAR museum. Het is indrukwekkend om te zien wat er nog allemaal resteert uit de oorlog. De sectie met foto's van slachtoffers is aangrijpend om te zien evenals de sectie die gaat over de 'Agent Orange' en napalm. Met name de verhalen van verminkte mensen die tot aan de dag van vandaag nog steeds kinderen baren met zware verminkingen. Het gif gaat nog generaties door en dat is heftig om te zien. Daarna gaan we de stad in om Ho Chi Minh verder te ontdekken en we slenteren gezellig samen door de stad en bezoeken wij markten met streetfood. Want ook in dt land heb je bijzondere lekkernijen. Zoals de Hotvitlong (een ei met een volgroeid embryo). Dat is hier een delicatesse.
Wij verblijven een paar dagen in Ho Chi Minh en gaan daarna weer verder. We besluiten naar Mui Ne te gaan, met de bus. Bussen hier zijn geen normale bussen waarin je kan zitten. Het zijn bijna allemaal slaapbussen (ja ook overdag). Marija vraagt bij een aantal bureautjes waarom er geen gewone bussen rijden en het antwoord is dat de vietnamezen lui zijn en dit een fijne manier van reizen vinden. Wij gaan dus met een slaapbus overdag. Maar helaas passen wij natuurlijk niet op de stoelbedjes. Deze zijn gemaakt voor Aziatische mensen. Wij liggen met onze benen op gekruld in een vage lighouding. Tja, hier moeten we ons maar aan over geven. Deze bussen zie je overigens overal in Vietnam. Je ziet ze vanaf afstand aankomen als het donker is want ze hebben geweldige neon- en blacktlight verlichting. Het ziet eruit als een feestbus, maar mensen liggen hierin serieus te snurken.

Mui Ne
In Mui Ne zitten we in een heerlijk hostel met prachtig uitzicht en een heerlijk zwembad waar wij ook redelijk wat uurtjes hebben doorgebracht. Er heerst een relaxte sfeer. We gaan de volgende dag zandboarden in de Duinen. Hier staat Mui Ne wel een beetje bekend om. We staan om 4 uur op zodat we de zonsopgang kunnen zien. Maar helaas regent het. Gelukkig breekt de zon toch nog door als we op de zandduinen staan (witte en gele, we bezoeken 2 soort zandduinen). Daarna gaan we naar een 'Fairy stream'. Een prachtige koude stroom (soort riviertje) water waar je een wandeling in kunt maken en wat wij ook doen. De rest van de dag proberen we een beetje bij te komen want de volgende dag vertrekken we weer.

Dalat
We  pakken in alle vroegte een bus naar Dalat. Een plek in het binnenland van Vietnam. In de bus ontmoeten we een Nederlands stel. Na een busreis van ongeveer 6 uur komen we aan in Dalat. Aangekomen in Dalat worden wij opgewacht door een mannetje van ons hostel op een brommer. Maar in plaats van op de brommer te stappen horen we dat er geen kamer voor ons beschikbaar is en dit terwijl we keurig hebben geboekt. Tenzij we met 12 man op een kamer willen liggen. We bedanken en besluiten iets anders te zoeken. We drinken een kop koffie met onze backpacks naast ons en zoeken via WIFI een ander hostel. We komen in het hostel terecht met de Nederlanders die we in de bus hebben ontmoet. We checken in en al gauw ontdekt Marija beestjes in het bed. We zijn het tot nu toe nog niet veel tegengekomen, maar nu hebben wij toch echt huisdieren op onze kamer. Helaas heeft het hostel geen andere kamer. Zo krijgen we een kamer in het hotel ernaast. In de avond worden we uitgenodigd door de eigenaar om samen met alle gasten van het hostel (waar wij dus niet meer slapen) een vietnamees diner bij te wonen vanwege de opening van het nieuwe dakterras van het hostel. We krijgen de zelf gebrouwen rijstwijn (dat noemen ze 'happy water') en het wordt natuurlijk een bonte avond, maar wij lagen al om 11 uur in bed.

Easy Riders
De volgende dag gaan we met de motor namelijk een aantal dagen lang door Vietnam rijden. Het 'Easy Riders' begrip. We gaan eerst naar het Crazy House (een kunstenaars huis van één van de leerlingen van Dali). Daarna zien we een bloemenkweker in de bergen die gerbera's kweekt. We vervolgen onze weg naar een koffieplantage. Hier drinken we wezel koffie (het Kopi Luwak van Vietnam). Dit is koffie gemaakt van koffiebonen die eerst worden opgegeten door een 'wezel' en vervolgens is uitgekakt, om er daarna koffie van te maken. Heerlijk ;). Daarna gaan we naar een plek waar ze andere delicatessen kweken. De krekel. En zodoende krijgen we krekels te eten met rijstwijn (zie link naar ons filmpje). We zien ook hoe de rijstwijn gebrouwen wordt.

We rijden door naar een zijde fabriek. Hier zien we het proces van rups, cocon naar zijde. We eten ook nog zo een vette dikke zijderups die walgelijk in je mond uit elkaar spat als je die eet. Als dit Expeditie Robinson was hadden wij de eetproef gewonnen! Gewoon niet over nadenken en doen. Je leeft tenslotte maar één keer, dus waarom zou je het niet proberen? In een klein tentje eten we vervolgens een gewone lunch, de Vietnamese lunch: 'Pho'. Daarna bezoeken we een waterval en gaan naar de bekende "happy Buddha". Deze is enorm. Hierna zetten we er de vaart in op de motor, we moeten tenslotte nog een heel eind naar onze eindbestemming. Dwars door het binnenland scheuren we over bergwegen. Dit is echt anders dan met een auto of bus. In de bochten raken je knieën bijna de grond en gaan we schuin over het asfalt. Dit is echt kicken maar ook spannend. Het uitzicht is fenomenaal en we zien het echte ongerepte Vietnam.
Na een tijd begint het te regenen en niet zo een beetje ook. We trekken regenpakken aan en plastictassen over onze schoenen. Marija rijdt voorop en gaat door een plas die tot haar middel komt. Jorrit ziet het gebeuren en trekt zijn benen maar omhoog. Zeiknat zijn we., tot onze naad, letterlijk. De plassen water voelen aan als een warm modderbad als je er door heen rijdt. Maar op een gegeven moment wordt het te gortig. Het regent zo hard dat er totaal geen zicht meer is op de weg. We zijn genoodzaakt om af te stappen. We wachten een tijd maar het blijft door regenen. Ook gaat het schemeren. We meten door naar onze bestemming. We klimmen weer op de motor en gaan. Als het donker is rijden we nog. De haarspeldbochten blijven gaaf maar zijn intensief in het donker en in de regen. Het laatste uur is een ware glibberpartij. Gelukkig weten onze rijders wat ze doen en brengen ze ons veilig naar de eindbestemming.

Uiteindelijke komen we aan in het dorpje waar we moeten zijn. Lake Lak. Hier slapen we bij de locals thuis. Bij een echte stam, de E'De stam. We slapen in een houten hut op palen en wij mogen op de houten vloer in "de huiskamer" slapen. Er ligt een dun matje en een muskietennet. Dat wordt onze slaapplek. In een restaurant mogen we een douche nemen en eten wat voordat we gaan slapen. De volgende ochtend lopen we door het dorp dat prachtig aan het meer ligt. Plotseling zien wij olifanten lopen en op het meer zien we mensen in prachtige bootje op het lakmeer varen. We krijgen uitleg over de stam waar we hebben geslapen en over de bouw van de huizen.

Na een wandeling door het dorp en langs het water vertrekken we weer. Gelukkig schijnt de zon weer. Onderweg bezoeken een een stenenbakker om te zien hoe de typische Vietnamese stenen worden gemaakt en gebakken, we rijden langs cassave velden. We stappen af en mogen kijken naar de hard werkende Vietnamezen. Ook bezoeken we een plek waar ze de rijstebladen maken voor de loempia's. Onderweg zien we welke schade de 'Agent Orange' (een gif wat bossen doet ontbladeren) heeft aangericht. Kale bergen, zonder bomen of planten. We moeten doorrijden want we hebben besloten om op het eindpunt van deze trip meteen de nachtbus in te stappen.
Ons eindpunt is Nha Trang. Dit is een strandplek die voornamelijk bekend is als de Costa Brava voor de Russen. Hier willen wij niet zijn, ook niet een nachtje om bij te komen. Als we in Na Thrang aankomen zien we de hoge torens al staan en komt de neonverlichting en harde karaoke muziek je al tegemoet. We zoeken een restaurantje, maar alles staat hier in het Russisch op de menukaart. We zijn we blij met onze keus meteen door te reizen in de nachtbus. Uitrusten doen we daarna wel op een leukere plek.
De nachtbus is natuurlijk weer een belachelijke rit. Opgekruld in de veel te kleine ligstoelen liggen we te woelen. Maar na 10 uur met je lichaam in origami houding ben je er toch echt wel klaar mee. Vooral met de Vietnamese stijl, dat je overal maar kan stoppen en uitstappen waar je wilt. Op zich handig maar het kost ons veel tijd om daadwerkelijk om de plek van bestemming te komen. Hetzelfde gebeurt met bussen die nog niet vol zijn, gewoon overal stoppen en naar buiten schreeuwen waar je naar toe gaat en de bus stopt in the middle of nowhere voor nieuwe passagiers. Inmiddels zijn we wel wat gekkigheid gewend. We weten dat een directe bus geen directe bus is, maar eerst nog zeker 10 keer stopt voor mensen, vracht of wat dan ook.

Hoi An
Finally komen we aan in Hoi-An. We zijn gaar en het is heel erg vroeg in de ochtend. We kunnen dus ook nog niet inchecken (pas om 14.00!). Bijslapen zit er dus niet in. We kunnen onze tassen wel dumpen bij het hotel en er zijn huurfietsen (gratis). We stappen meteen op de fiets en gaan Hoi An verkennen. Het is vroeg en er is nog bijna niemand. Heerlijk. Het is een fantastisch mooi stadje aan de zee. Het klimaat is er heerlijk en de oude Vietnamese stijl is erg schattig. Je weet meteen al dat je hier graag langer wilt blijven. En dat blijven wij gelukkig ook. Ondanks onze vermoeidheid weten we dat het goed is om soms zo door te reizen want je kunt jezelf dan ook weer belonen door een dag of twee langer ergens te blijven.

We ontdekken het stadje, drinken koffie, hangen ergens in een lunchroom, bezoeken een markt enzovoorts. Alls gezien in één ochtend, hahaha. Om 14.00 gaan we terug om in te checken. Ons hotelletje staat midden in de rijstvelden. het is prachtig! We besluiten toch even op bed te liggen, zetten een filmpje aan op de laptop en vallen uiteraard in slaap. Maar niet al te lang. In de avond stappen we gewoon weer op de fiets naar het dorp. In Hoi-An ontmoeten we de nederlanders die we in Dalat hebben ontmoet. Zij hebben na ons ook besloten hetzelfde stuk op de motor te doen. We ontmoeten mensen (allemaal bij toeval) die in hetzelfde hostel verbleven in Ho Chi Min stad en die we hebben ontmoet op het dakterras van het vietnamese etentje in Dalat. En dat op verschillende avonden. Het is gezellig om zo reisroutes en ervaringen uit te wisselen. Overdag hangen we lekker aan het strand. Want Hoi-An kent een heerlijk strand op 5 km fietsen. Als we terug komen plonsen we in het zwembad en als het donker is stappen we snel op de fiets. Want om 23.00 gaat alles dicht in Hoi-An en is de stad weer uitgestorven. Dit doen we een dag of 4/5 en vervolgens gaan we weer door.

Het volgende hoogtepunt staat namelijk op ons te wachten. We gaan naar Hanoi en via Hanoi naar Halong Bay. We hebben niks geboekt voor Halong Bay en in Hanoi blijkt dat we onze planning moeten omgooien. Want alles is volgeboekt. Het is natuurlijk ook een toeristische attractie. We balen want we willen ook nog naar Sapa maar hebben niet zo lang de tijd meer voordat we in Kuala Lumpur moeten zijn voor de vlucht naar Australië. We zijn flexibel en gooien het zo om als het moet. Uiteindelijk vinden we een tour voor een cruise in Halong Bay een dag later. Die boeken we, alleen het hostel zit vol dus moeten we met onze backpacks de volgende dag uitchecken en op zoek naar een ander hostel. No problemo! We hebben vaak totaal geen controle over wat er gebeurt maar dat deert niet. Het komt allemaal wel goed en dat is de juiste instelling.
Hanoi, wat een drukke stad, ook hier kijken we onze ogen weer uit. De tweede avond komen we weer dezelfde mensen tegen als in Dalat en in Hoi An. We drinken wat samen en gaan weer. In het reisbureautje waar we de Halong Bay cruise boeken vragen we informatie over de bus van Sapa naar Laos. Meteen wordt gezegd dat ze die niet aanbieden. Want dat is de dodemansrit. Er zijn te veel slechte ervaringen met de bus van noord-Vietnam naar naar Laos. Sommige bussen verdwijnen en veel verongelukken. We kijken elkaar aan en weten dat we geen geld hebben om te vliegen en dat we dit toch moeten gaan doen. Later blijkt dat meer tourbureaus dit gewoon niet aanbieden vanwege de onveiligheid. We vergeten het even en we besluiten het wel te zien als we in Sapa zijn. We zoeken het daar wel uit, want tenslotte kan het wel, alleen hoe is nog de vraag.

Halong-Bay
Om Halong bay te ontdekken boeken we een 3 daagse tour waarvan 1 nacht op een boot en 1 nacht op een eiland (Nam Cat). Het is er prachtig, maar touristisch. Honderden cruiseschepen liggen in de haven te wachten op de touristen uit de rest van de wereld. Het is er mooi, dat zeker. We zien stukken uit de nieuwste film 'Kong Skull Island'. En het is er prachtig. Maar op de stukken wanneer je uit de boot stapt om een attractie zoals het beklimmen van een top of zwemmen ben je gelijk te midden van honderden touristen. We krijgen tijd om te kanoën en het is werkelijk prachtig. We zien grotten en mooie strandjes. Ook de cabine valt ons niet tegen waar we slapen en het eten is heerlijk. Gelukkig hebben we een leuke groep mensen op de boot. We vermaken ons kostelijk en voelen ons ontspannen omdat we even een paar dagen niet hoeven te denken aan waar we de volgende dag slapen, waar we heen moeten etc. We kunnen niets regelen want we hebben geen internet, dus genoeg tijd om te socializen. S'Avonds is het gezellig op de boot en zoals overal in Vietnam is het tijd voor karaoke. Daar doen we lekker fout aan mee en hebben grote lol.

De tweede nacht op het eiland is een stuk rustiger gelukkig. Het is er totaal niet toeristisch en we slapen in een hutje op het strand. Heel bassaal maar meer hebben we niet nodig. We kunnen de hele dag door zelf met de kano varen tussen de prachtige karstgebergte in de zee.
Na Halong Bay gaan we terug naar Hanoi en van daaruit reizen we naar Sapa.

Sapa
Sapa ligt in de bergen van de regio Noord-Vietnam. Het is bekend vanwege de prachtige rijstvelden. Volgens verschillende bronnen zijn het de mooiste rijstvelden van de wereld. Je kan er trekkingen maken en dat doen wij dan ook. Na een nacht in het dorpje waar we voorafgaand nog met een scooter de omgeving hebben verkend en naar watervallen zijn geweest, maken we een meerdaagse trekking.

We zijn er in de periode dat de rijstvelden het mooist  en groen zijn. Ook hebben we een Gids, Nina. Zij behoort bij de stam uit deze regio de 'Black Mhoung' stam. We moeten laarzen aan. Onze trekkingsboots zijn niet goed genoeg. Dus dan maar hiken in  kaplaarzen? Ja dus, lekker charmant en oncomfortabel. Maar Nina waarschuwd ons en zegt dat we zeker gaan vallen. Vallen? Ja, zegt ze met grote ogen. Het is regenseizoen en we dalen in de modder. Ze zegt dat er altijd mensen vallen die met haar mee gaan in het regenseizoen. So it will be. Doch op het moment na de eerste kilometers begrijpen we waarom we laarzen aan hebben en waarom je valt. De glibberige modder op steile stukken laten je inderdaad regelmatig op je bibs naar beneden glijden. En we staan soms vast in de modder. Het is daarom veel pittiger dan we van tevoren dachten. Het kost namelijk veel meer energie om op deze manier door de rijstvelden van dorp naar dorp te lopen. We lopen in de regen en soms in de mist. Als het opklaart zien we het prachtige ovale bekende dal met de intens groene rijsttrappen. Het is een cadeau om hier te mogen zijn.
Na een aantal dorpen te hebben bezocht, lopend tussen de water buffels en de prachtig geklede bevolking, komen we aan bij het dorp waar Nina woont. We slapen bij haar moeder. We krijgen een matras op de grond met een muskietennet maar hebben wel een afgesloten ruimte. We krijgen een rondleiding door het huis. De hele familie is er. En allemaal op traditionele wijze gekleed. De dames dragen veel oorbellen (allemaal grote ringen zodat de oorlel zeker 5 centimeter uitrekt). En jongere meisjes dragen een andere soort oorbel. Des meer oorringen je hebt des te wijzer je bent. We leren veel van het leven van deze stam en haar tradities. Tegen etenstijd worden we verwacht mee te koken en wij mogen de loempia's maken. S'avonds zitten we met de hele familie aan tafel en krijgen hier ook weer de zelfgebrouwen rijstwijn.
De vrouwen In Vietnam werken ontzettend hard. Harder dan de man. Alle 'tourguides' zoals Nina zijn dan ook vrouwen. Mannen zorgen alleen dat de waterbuffels het rijst niet op eten, bouwen de huizen en drinken rijstwijn. We genieten er van om bij deze familie te mogen verblijven. Met handen en voeten kunnen we met elkaar praten en lachen. Het eten is heerlijk en we voelen ons vereerd dat we zo onderdeel mogen uitmaken van dit grote gezin (want schoondochter, schoonzoon etc.) horen er ook bij. We zijn kapot en liggen ook al vroeg te slapen. Want na het eten is het opruimen, de varkens te eten geven en slapen. Zo gaat dat in de bergen van sapa. We zijn ook weer vroeg op. Na het ontbijt worden we verkleed door Nina en haar moeder in de traditionele kleding van de Mhuong tribe. Ontzettend leuk. Ook leren we hoe ze de kleding maken van de idigo plant die we de dag daarvoor veel zijn tegen gekomen. We zien hoe de kleding van katoen wordt geweven en gekleurd. In het huis hangen dan ook overal indigo-blauwe lappen katoen. De skills van de vrouw voor kleding maken is belangrijk. Daaraan kun je zien of zij het goed kan en een betere man kan trouwen. De kleding is dus heel erg belangrijk. De rest van de dag hiken we verder langs de verschillende bergdorpjes, ontmoeten meer kleurrijke geklede bevolking met rieten gevlochten manden op de rug vol rijst en kinderen die ons zelfgemaakte armbandjes verkopen. Daarna gaan we terug naar het stadje Sapa en mogen ons in het hotel nog even douchen om de modder van ons af te spoelen. Daar staan ook nog onze grote backpacks opgeslagen. De hostess heeft voor ons een bus geboekt naar Laos op ons verzoek.

Laos
Overland naar Laos, de dodemansrit. De hostess zegt dat het een slaapbus is met een tweepersoonsligger. Ze brengt ons weg naar het busstation (superlief) en loopt met ons mee de bus in. Al snel trekt ze wit weg, want ze ziet hoe afschuwelijk de bus is. We hebben geen tweepersoonsligger. We hebben anderhalve stoel waar we 14 uur in moeten liggen want het is niet echt een stoel. Met ze'n tweeën doen we nu aan origami. Ook liggen we beneden en hebben we geen raam. Het is namelijk een gewone bus die is omgebouwd. De vrouw knielt naast ons neer en zegt zeker 6 keer "sorry, sorry, sorry. This is the only bus. Goodluck"! Ze wenst ons succes maar zag zelf natuurlijk ook wel dat dit een verschrikkelijke rit gaat worden. Ze keek ons echt verschrokken aan en je zag duidelijk dat ze medelijden had.
We liggen tegen elkaar aan geplakt in een ongezonde onnatuurlijke houding voor uren. Wat een ellende. We zien niets, maar worden van de ene bocht door de andere gesleurd. Remmen en weer gas, remmen en weer een bocht. Zo gaat dat uren door. Tussendoor is er een WC stop, maar na alle toiletten spant deze de kroon. Dit vertellen we wel als we thuiskomen aan degene die geïnteresseerd zijn. Maar tja we geven ons er aan over, zoals we dat vaker doen in perioden van afzien tijdens het reizen.

Als we vlak voor de grens aankomen moeten we overstappen in een ander busje. het is alleen niet goed geregeld en als we niets met handen en voeten hadden gezegd hadden we er nu nog steeds gestaan. We worden in een stinkend minibusje geplaatst. Rouw vlees wordt naar binnen gegooid. levende kippen en andere zakken die bewegen en we worden letterlijk volgebouwd met spullen die de grens over moeten. Na een lange tijd gaan we rijden. Bij de eerste hobbel voelen we dat het busje al zwaar overladen is. Het is inmiddels licht en we gaan 25 km per uur. Om de 200 meter stopt het busje en komt er nog meer in en bovenop. Op een gegeven moment zelfs golfplaten en andere bouwmaterialen die grote stukken uitsteken. Net als je denkt na de 7e stop dat er echt niets meer bij kan stoppen ze gewoon weer. Ondertussen zijn we echt maar een paar kilometer verder en al 2 uur verder. Dan komen we eindelijk aan bij de grens.

Vietnam uit gaat prima, maar dan komt Laos......

Na een bak geld minder omdat men het principe "pay more" hanteert zijn we eindelijk de grens overgestoken naar Laos. Belachelijk dat we zoveel geld moesten betalen voor een visum. Het is pure corruptie, dat beseffen wij ons ook wel. Bij het laatste hokje waar ze je temperatuur voor 10 dollar opmeten (wat zogenaamd ook weer moet) weigert Marija pertinent. De man wordt boos, maar Marija houdt vol. Jorrit zit namelijk op het toilet in Vietnam met het geld dus ze kan toch niet betalen. De man is woedend maar Marija zegt nog steeds droog dat ze geen geld heeft en dat is ook zo. Toch laat de man het er bij zitten en loopt boos het hok weer in. Jorrit loopt daarna ook gewoon door de grens over. kennelijk kan het dus toch wel. 

Na nog een 5 uur in een slakkengang door de bergen van Laos komen we aan bij het dorpje waar we uitstappen. Na 20 uur vonden we het wel genoeg. We hebben geen hostel geboekt en lopen op de bonnefooi naar een hostel. We vinden er één en vragen naar de bus om naar Luang Prapabang te gaan de volgende dag. De man gebaart wat, maar het wordt ons niet duidelijk. Ook besluiten we nog wat verder rond te lopen voor een ander hostel, want onderhandelen doen we natuurlijk overal. Op het moment dat we weer buiten met ons backpack lopen komt er ineens een motorrijder naar ons toegereden en stopt. Hij zet zijn helm af en vraagt in het Engels of wij ook naar de boot gaan. We zeggen dat we net aankomen en morgen naar Luang Prabang gaan. Wij vragen of hij weet waar de bus gaat. Hij geeft direct aan dat er een groepje backackers de hele ochtend heeeft staan wachten op de bus. We beseffen ons dat het busje waar we zijn uitgestapt (dat 4 uur te laat was) hetzelfde busje is dat naar Luang prabang gaat en dat we de volgende dag waarschijnlijk van 9 tot 13.00 wachten tot er een minivan verschijnt. De jongen zegt dat als we mee gaan naar de boot er meerdere backpackers zijn en dat we korting krijgen.
We besluiten om mee te gaan. Eerst kijken en daarna iets besluiten kan geen kwaad. We zien aan de rivier een bootje liggen met een groepje backpackers en we horen dat zij inderdaad uren op de minivan hebben gewacht (waar wij inzaten), maar na 3 uur hebben opgegeven. Wij vertellen dat de bus net is geweest. De jongen van de motor vraagt ons of we met de boot mee gaan. We kijken elkaar aan en denken...."nou, dat kan er nog wel bij". We beseffen ons helaas niet dat we nog 5 uur op een plank zitten. Nee, geen bankje in de boot maar op de planken van de boden van de boot!!! We lachen er maar om. 

Na 5 uur in de boot, wat overigens een prachtige toch was door de natuur en karstgebergten van Laos, komen we aan in Nhong Kiaw. Het is er werkelijk prachtig. In een bar komen wij tot rust en drinken wij een drankje. De eigenaar vertelt ons waar de hostels zitten die betaalbaar zijn. We lopen er uiteindelijk naar toe en na meer dan 24 uur achter elkaar reizen hebben we een bed!!!! In het hostel worden we uitgenodigd voor rijstwijn en ontmoeten andere backpackers, en slapen wordt dus even uitgesteld, maar na het eten zijn we toch echt op. Tenslotte hebben we besloten dat we de volgende dag weer verder reizen naar Luang prabang. We moeten op tijd zijn want we horen dat als de bus vol is, deze vol is. De volgende dag hebben we mazzel....we zitten in de bus....en degene die te laat aankomen hebben pech. Maar even later hebben wij pech....met de bus! maar dat vinden wij geen probleem meer. Na een paar uur komen we aan in Luang Prabang. We zijn er even helemaal klaar mee. Na het slapen in hutten en hostels, koude douches boeken we, terwijl we in een bar een sapje drinken,  een 5 sterren hotel. We besluiten om onszelf even te verwennen. Tenslotte hebben we 2 nachten bespaart door te reizen in de nacht.

Luang Prabang
Wow! heerlijke stad! Laos is prachtig en we vinden het jammer dat we niet alles kunnen zien. We zouden hier echt nog eens naar terug gaan. We hebben nog wel wat dagen in Luang Prabang. Het is oud, mooi en heeft prachtige tempels. Ook dit ligt weer aan een mooie modderige rivier en kent prachtige roze zonsondergangen. De mensen zijn lief. We besluiten niet zoveel te doen. Maar toch gaan we nog een tripje maken naar de Kuang Si watervallen. Deze zijn werkelijk prachtig! Het is regenseizoen dus het is wat fris en de watervallen zijn ruw. De meeste mensen gaan daarom niet zwemmen. Maar wij besluiten toch van deze gelegenheid gebruik te maken. We doen het gewoon! je leeft tenslotte maar 1x en je wilt hierin echt gezwommen hebben. Ook klimmen we naar de top (door de glibberige modder omhoog) en klimmen over de waterval heen, lopen door het water en gaan via de andere kant weer terug. Verder heeft niemand dat gedaan. Andere mensen kijken vaak niet verder dan hen neus lang is en gaan dezelfde weg weer terug. Wij niet. Precies op tijd komen we weer aan in de bus en genieten in ons 5-sterren hotel daarna van een lekkere warme douche. Verder bezoeken we hier tempels en relaxen een paar dagen. Want daarna gaan we weer naar Maleisië om door te vliegen naar Australië!

Maleisië
In Maleisië verblijven we weer in Kuala Lumpur. Dit keer in een andere wijk. Met onze backpack lopen we door een steeg waar wel meer dan 40 ratten voor onze voeten schieten. en tja...toevallig naast ons hotel. Echt ranzig. Jorrit is gefascineerd door de hoeveelheid ratten op 1 plek. Voordat we gaan eten blijven wij kijkend de steeg in staan naar de krioelende bende en oplichtende kraaloogjes in het donker. Met neus dicht want het stinkt er. We eten wat en laten onze voeten masseren voor een paar dollar en gaan dan slapen. Ook bezoeken we de Petronas Towers en hebben vanaf de top een mooi uitzicht over Kuala Lumpur. Verder lopen we overdag heerlijk door de stad en hangen wat in het park. Daarna vliegen we door naar Australië. 



Cambodja - a rare fairytale and a hidden gem with a lot of history

Het landschap van Cambodja maakt onderweg al indruk op ons. De nationale palmboom is niet te missen in het landschap. Lelievelden met bloeiende lelies en belachelijk grote leliebladeren wuiven naar ons vanuit de bus. En Marija kijkt al met een glimlach naar het land. De lange busreis deert ons totaal niet na de reis in Nepal. Geen enkele busreis duurt meer te lang. En deze 8-urige busreis vinden wij comfortabel, ook al zitten we naast een wc achterin de bus. Aangekomen in Siem Reap gaat er een nieuwe wereld voor ons open. We kijken onze ogen uit en genieten. Alles gaat per tuktuk. We worden vanaf de bus met de tuktuk (die er overigens anders uit ziet dan die in Thailand) naar ons hotel gebracht. Met lachende gezichten worden we met een verkoelend drankje verwelkomt. Cambodjaanse gastvrijheid.

Men zegt dat Thailand het land van de glimlach is. Nou eh.. NO WAY...Cambodja is het land van de glimlach. Niets is te veel en de mensen zijn zoooo lief! WOW!

Vanuit Siem Reap gaan we naar Ankor Wat. We worden opgehaald met een tuktuk door de driver, en een tourguide. We vertrekken in een karretje achter een brommer naar een werkelijk sprookjesachtig gebied. Het is hier regenseizoen en alles is betoverend groen, omringd met prachtige bloeiende lelies en mooie mossen. De zon en schaduw wisselen elkaar af. We genieten van de rit en komen aan bij Ankor Wat. Dit Unesco werelderfgoed mag er zeker zijn. Het is toeristisch maar absoluut de moeite waard ....tombraider en indiana jones zijn onze beste vrienden geworden. We bezoeken deze dag ongeveer 8 tempels. Vooral de tempels die beklemd zijn met boomwortels in alle verschillende kleuren groen zijn fascinerend mooi. Sommige bomen houden de tempels zelfs overeind. We beleven de dag rijdend in een sprookjesbos dat echt bestaat.
Het is leuk om de bekende tempels van de films te zien. Tegen de tijd van de zonsondergang worden we afgezet bij de laatste tempel. Het is een klim omhoog en je mag op de tempel zitten. het is bloedheet en de stenen koken...Maar we wachten hier tot de zonsondergang. Vanaf dit mooie uitkijkpunt zien we Ankor Wat verscholen liggen in de bossen en zien we nog wat andere tempels. Helaas zijn hier ook meerdere toeristen die met grote camera-lenzen en selfiesticks dezelfde zonsondergang willen aanschouwen. Maar toch was de klim de moeite waard. gelukkig waren we op tijd boven want eenmaal boven mogen er maar een beperkt aantal mensen op de tempel komen. Als wij de klim naar beneden beginnen staat er nog steeds een rij van mensen die op de tempel willen kijken naar het laatste avondrood.

In Cambodja betaal je met Amerikaanse dollars omdat de eigen munteenheid niet sterk genoeg is. Zo zijn sommige dingen redelijk aan de prijs, maar een aantal dingen spot goedkoop. We vinden uit dat een voetmassage maar 1 dollar kost. Dit had tot gevolg dat we elke avond na het eten als "toetje" ons voeten lieten masseren, inclusief rug, nek, benen, manicure etc., om vervolgens rozig ons bedje in te duiken. Zelfs Jorrit begint van de massages te houden. Tja....voor 1 dollar....en wij maar denken dat het in Thailand zo goedkoop was! Wat een grap is dit! In Siem Reap hebben ze ook veel "doctor Fish". Visjes die de dode huidcellen van je voeten af knabbelen. Jorrit zegt dat hij dit wel wilt proberen en voor 3 dollar zitten we allebei met onze voeten in een aquarium en mogen we zo lang blijven zitten als we willen. Marija gaat eerst en constateert dat het grotere vissen zijn dan de docter fish in Nederland. Ze gaat zitten, stopt haar voeten in het voetenbad en schatert het vervolgens uit van het lachen. Ze kan niet tegen het gekietel van de knabbelende vissen. Voorbijgangers kijken geamuseerd naar hoe ze hardluid schatert van het lachen. Ze kan haar voeten niet in het water houden en dan komt de eigenaar naar buiten en drukt de benen van Marija gewoon in het water. Huilend van het lachen zitten we op een gegeven moment allebei met onze voeten in een aquarium. We zijn nu ook nog eens een attractie voor andere toeristen die kijken hoeveel lol wij hebben. Na een tijdje zijn onze voeten verschrompeld, zittend onder vissenuitwerpselen en we besluiten weer verder te gaan. De dagen in Siem Reap zijn heerlijk. We genieten elke seconde in Cambodja.

Onze reis in Cambodja gaat verder naar Phnom Penh. Hier moeten we heen omdat we een visum nodig hebben om naar Vietnam te kunnen.
Na onze eerste avond in Phnom Penh gaan we de volgende dag naar de S21 gevangenis, oftewel Tuol Sleng. Wat we daar aantreffen is ongeloof, verbijstering en verdriet. Veel verdriet. Onder Polpot's regime zijn miljoenen mensen gemarteld en vermoord. Deze Nazi-achtige Polpot had de bedoeling een sociaal farming regime op te richten. Dit betekende dat alle intellectuelen een bedreiging vormde voor het regime. Dus alle geleerden, dokters en leraren werden vastgezet, gemarteld en uiteindelijk op de zogenoemde killingfields vermoord. Ondenkbaar is het om daar rond te lopen en te beseffen dat de mensen die hier toen naar binnen kwamen nooit meer naar buiten zouden lopen....maar wij lopen gelukkig wel naar buiten.  Onder het regime van Polpot zijn 3 miljoen Cambodjanen gesneuveld, eigenlijk om niets. Of omdat je de kans hebt gehad een studie te hebben gevolgd. De bloedsporen zien we nog zitten op de grond en de plafonds van de martelkamers met de martelwerktuigen die er nog staan. Er zijn zeker 14.000 mensen omgebracht in deze gevangenis. Bruine vlekken en bloedsporen op het plafond. Marteltafels en attributen vullen de lege kamers die uitkijken op een binnentuin. Niet alleen Cambodjanen zijn hier gemarteld en omgekomen. Zelfs een Brit en een Australiër die er van verdacht werden  iets te hebben gedaan. Terwijl ze per ongeluk langs het land voeren met een boot en terecht kwamen in Tuol Sleng.
De ziekelijke dingen die wij hier te horen en gezien hebben gekregen zullen wij hier niet nader beschrijven. Overbrengen op een blog hoe deze mensen werden gemarteld en vervolgens werden afgevoerd naar een killingfield kan niet. Na zo een bezoek kom je ook niet vrolijk naar buiten lopen. Marija vraag zich ook af waarom zij dit nooit in de lessen geschiedenis heeft geleerd. Wat er zich hier heeft afgespeeld is niet zo lang geleden. Het is nog vrij recentelijk. De genocide (volkerenmoord) die heeft plaatsgevonden zit hier nog in elke Cambodjaan verborgen. Iedereen kent wel iemand die om het leven is gekomen en veel mensen van onze leeftijd hebben geen ouders meer.
Als we naar buiten lopen hebben we een raar gevoel. We zijn dankbaar dat we beter kennis hebben genomen van deze heftige geschiedenis maar eveneens voelen we ons betreurd en aangedaan over al het leed wat hier heeft plaatsgevonden. We pakken een tuktuk en gaan stilzwijgend naar de Vietnamese ambassade omdat we een visum moeten regelen.

Na het bezoek aan de S21 gevangenis besluiten we toch ook nog naar de killingfields te gaan. De groene velden met kuilen waar menselijke resten nog steeds naar boven komen drijven als het hard geregend heeft zijn indrukwekkend. Met een audiotour lopen we rond met een headset op luisterend naar de gruwelijke handelingen die zich hier hebben afgespeeld. Op een gegeven moment komen we bij een boom met honderden gekleurde armbandjes.  Dit is niet zomaar een boom. Tegen deze boom zijn baby's doodgeslagen. Honderden baby en kinderlijkjes zijn hier gevonden. Misselijk lopen we verder. Cambodja kent meerdere "killingfields". Uit respect voor de doden zijn veel velden niet opgegraven. Deze liggen er nog zo bij zoals het was. Slechts een paar hectare is voor ons als geschiedenisles tentoongesteld. De Cambodjanen wensen op deze manier alle mensen die hier gedood zijn hemelse rust toe.

Naast de het gruwelijke regime onder de rode khmer zien we veel overblijfselen van de stille oorlog met Vietnam terug. Op Cambodja zijn meer bommen gedropt dan in de 2e wereldoorlog. Amerika heeft haar sporen hier na gelaten. We zien overal veel mensen met ontbrekende ledematen. Een missend been of arm lijkt heel gewoon in het straatbeeld. Deze mensen werken nog wel met aangepaste fietsen verkopen ze bijvoorbeeld gekopieerde Lonely Planets of andere gekopieerde boeken. De meesten zijn op een granaat gestapt of iets dergelijks. We dachten dit in Vietnam te zien, maar uiteindelijk (nu na Vietnam) hebben we de meesten hier in Cambodja gezien. We zien ook dat er veel gebedeld wordt. En bijna elke Cambodjaan geeft altijd geld! Zelfs zien wij alle boeddhistische monniken keer op keer geld geven. Vrijgevig is dit land dus ook nog eens. De Cambodjanen wel, maar de toeristen niet. De westerse toerist ziet bedelen als iets anders.

Vanuit Phnom Penh reizen we door naar Vietnam. Uiteraard doen we dit weer overland. We pakken een minivan met locals richting de kust en besluiten om meteen naar phu Quoc te gaan. Een vietnamees eiland voor de kust van Cambodja. Na wederom een zeer wazige grensovergang en onaardige Vietnamezen stappen we op een boot. In de "haven" van Cambodja waar de ferries naar Vietnam gaan, kopen we een buskaartje samen met wat andere toeristen om ons naar ons hotel te brengen op Phu Quoc. Echter dit loopt aangekomen op Phu Quoc anders dan verwacht.

De kennismaking met Vietnam is helaas niet aangenaam. Vietnamezen zijn over het algemeen wat rauwer dan de Cambodjanen. Uiteindelijk na veel gedoe komen we aan bij ons hotel. Jammer genoeg zijn we met een paar andere toeristen goed bedonderd en werden door een busje aan de kant van de weg gedropt bij één of andere bookingsoffice waarvan we eerder een kaartje kochten op het vaste land. Ook al staat zwart op wit de locatie waar we naar toe moeten en hebben wij ervoor betaald, weigeren de vietnamezen daar ons te brengen. Zelfs een zwangere vrouw laten ze aan haar lot over. Als we met z'n allen boos worden lachen ze ons uit. En niet zo een beetje ook. Geld...dat willen ze en dat lieten ze weten ook. Dat we al een ticket hadden en betaald hadden maakte totaal niet uit. Wij besluiten uiteindelijk gewoon een taxi te nemen en willen onze kennismaking met Vietnam hier niet door laten belemmeren. We hebben besloten de komende dagen op Phu Quoc een beetje tot rust te komen en verblijven dan ook 5 dagen op 1 plek in een goed hotel. Paradise is here! Maar helaas regent het veel van alle dagen. We huren een scooter en verkennen het eiland en de vele markten vol met specerijen, groente, vis en fruit. Vietnamese dames zitten in de "Asian-squad" achter de groente met de rieten welbekende hoedjes op. Soms is het alsof de tijd hier heeft stil gestaan. Het Vietnamese eten is overigens heerlijk! De regen op het eiland maakt dat we wel lekker uitrusten in onze hotelkamer. En zodra de zon schijnt springen we in het zwembad om wat baantjes te trekken. Een mooi begin van onze Vietnam-trip.

Lees later het vervolg van onze reis door Vietnam!


Maleisië en Thailand

Maleisië
Na Nepal stond er een vlucht naar Maleisië gepland en we besluiten na een koude periode (vanaf het begin van onze reis) te kiezen voor even relaxen in de warmte. We boeken een ticket en vliegen naar Langkawi, een bounty-achtig eilandje voor de kust van Maleisië. Een volle week verblijven we in een heerlijke kamer/villa. Eindelijk een week dat we onze backpacks niet hoeven in te pakken en rotzooi in de kamer kunnen rondslingeren. Het regenseizoen begint maar gelukkig regent het maar af en toe. We huren een brommer en gaan met de brommer het eiland verkennen en zoeken de rustig gelegen mooie strandjes op om bij te komen van ons "koude" avontuur. We gaan nu de warme periode in. Wat extra zonlicht kan ook geen kwaad. We genieten intens van onze ruime kamer, de lekkere ontbijtjes, goede koffie en het zwemmen in de zee. We bezichtigen de welbekende skybridge en zien een prachtig uitzicht van het het eiland.

Thailand
We gaan naar Thailand en de moeder van Jorrit komt ons bezoeken. Wij arriveren een dag eerder en besluiten de tempel Wat Arun te bezoeken. Wij zijn allebei al in Thailand geweest en weten precies wat we wel en niet moeten doen en we kennen de weg. Het voelt dan ook niet meer als een avontuur maar een welbekende weg die we allebei al een keer separaat bewandeld hebben. Alleen dit keer kunnen we het met elkaar delen. Wat Arun hadden we allebei nog niet gezien dus een goede keuze om daar samen heen te gaan.

De volgende dag arriveert Jorrits moeder. Nog leuker is dat we op het vliegveld ook met een vriend van Jorrit  hebben afgesproken (Khuong a.k.a Dominic). Dominic woont in Bangkok en dit is dus een uitgelezen kans om elkaar te zien. Het wordt een big reünie op Suvarnabumi airport te Bangkok. We gaan lekker uit eten en genieten van elkaars verhalen na een lange tijd weerzien.

De volgende dag gaan we met de tuktuk naar het paleis in Bangkok en 's avonds dineren we op een rooftop bar. Wich was awesome by the way!   Het uitzicht over Bangkok is fenomenaal. De duizenden schitterende lichtjes lachen je toe en onder het genot van een lekker drankje kletsen we bij over alle avonturen.

De dag erna gaan we meer het land in. Vanaf Bangkok gaan we naar de Maeklong railway market. De trein rijdt hier letterlijk door de markt en als de trein er aan komt dan moeten alle kraamhouders alles intrekken en opruimen. Zie ook railway market op youtube. Wij  zullen ons filmpje later nog toevoegen. Onwijs gaaf om te zien. Op de terugweg naar Bangkok veranderd, vanwege de regen (regenseizoen),  het plan en zitten we ineens op een olifant (heel erg fout, hier zijn we eigenlijk niet van maar hebben het toch gedaan). Later op de dag maken we nog en enorme tocht op een boot door de jungle van Thailand en zien we de floating avondmarkt. We kopen onderweg langs de straatjes streetfood (garnalenpannekoekjes en gepofte maiskolven).

De dag erop vliegen we naar Koh Samui en we belanden in een geweldige villa aan het strand en met een geweldig zwembad erbij. We genieten volop en nemen alledrie ook een thaise massage op het strand voor ongeveer 6 euro per uur. Het is voor ons alledrie even wennen om zoveel luxe tijdens een reis te hebben: een villa met 2 slaapkamers, 2 badkamers, een keuken, een woonkamer, eigen ligbedjes en geweldig uitzicht op zee. Wij huren een auto en verkennen het eiland alwaar wij een aantal zeer mooie strandjes bezoeken.

Een kleine week later vertrekken vanaf Koh Samui naar Koh Tao per boot. Koh Tao is een klein eiland in de vorm van een schildpad. Marija is hier eerder geweest en kent het eiland en de leuke strandjes. Hier hebben we een villa met een infinitypool op de berg met een waanzinnig uitzicht. Op Sairee beach genieten we samen van de verse sapjes en de mooie zonsondergang. Helaas is Sairee beach sinds de laatste keer behoorlijk vervuild en Marija is er toch wel van ontdaan. Gelukkig laten de andere strandjes haar pracht en praal wel zien. We snorkelen en zien de onwijs mooie onderwaterwereld van Koh Tao. Het duikparadijs toont hiermee aan dat het nog steeds een pracht plek is om te duiken en te snorkelen. Wij zitten in een prachtvilla, maar met een open huiskamer waardoor wij worden lek gestoken door de muggen. In de ochtenden hebben we een kattenparadijs in de huiskamer. De banken zijn bezet met de huiskatten van de eigenaar die lekker bivakkeren en verharen op de banken. Dit betekent dat de schoonmaaksters uiteraard hard aan het werk gezet worden.  

Na een paar prachtige dagen op Koh Tao (helaas gepaard met toch veel regen) vertrekken we per boot naar het volgende eiland Koh Phangan. We verblijven in een uithoek van het eiland en hebben de meest geweldige villa ooit. Het heet daarom ook 'The Hideaway'. We huren een jeep anders komen we niet aan bij de villa. Het is zooo mooi! Ook deze villa heeft een infinitypool en het uitzicht is belachelijk mooi. Wij gaan uiteraard los op de befaamde full moon party. Daarnaast bezoeken wij ook hier een aantal witte stranden en eten wij heerlijk bij verschillende eettentjes.

Ook in deze villa zit een grote keuken. En om het nog mooier te maken biedt de eigenaar van de villa de mogelijkheid om een Thaise kok in te huren om voor ons te koken. Dit doen wij natuurlijk ook. Voor een paar tientjes hebben wij een onvergetelijk diner met heerlijke gerechten met een uitzicht vanuit onze villa...onvergetelijk.

Op Koh Phangan hebben we een mooie week en daarna vliegen wij weer terug naar Bangkok. In Bangkok ontmoeten we Dominic nog eens, eten gezellig, nemen wij een drankje op een rooftop en daarna is het toch echt tijd om weer afscheid te nemen van Jorrits moeder (Jorritsma :-).

We zouden naar de Filipijnen gaan, maar wegens een negatief reisadvies komt dat te vervallen. We hadden nog een relax weekje gepland, maar we gooien het roer om. Ook willen we de gouden driehoek afmaken en naar het noorden van Thailand gaan en dan via Thailand naar Laos, maar onze visa is niet lang genoeg geldig en we willen geen verlenging betalen.

We besluiten de volgende dag naar Cambodja te vertrekken. Met veel stress halen we de bus naar Cambodja. We gaan naar Siem Raep. De grensovergang is erg bijzonder. We worden uit de bus gezet met ons paspoort en een door ons ingevuld visumpapiertje. Daarna komen we lopend aan bij de Thaise grens en krijgen de uitreisstempel.  Vervolgens lopen we samen te dwalen door een dorp "nomansland" op zoek naar de Cambodjaanse grenspost voor het visa in onze paspoort. Na een stuk lopen in de hitte in "Nomansland" en met vraagtekens op onze voorhoofd komen we aan bij een hutje naast een mega casino. Daar krijgen we onze visa. Als we het hutje uitkomen staat de volgende bus te wachten, stappen we in en rijden we echt Cambodja in. De armoede valt meteen op.


De heilige koe

De koe is hier heilig. Ze lopen dan ook gerust tussen het winkelende volk op straat te dolen. Vaak liggen ze midden op de weg te slapen en de bevolking gaat er gewoon omheen. Immers de koe is heilig..dus....je toetert niet om ze van de weg af te jagen.


Kathamandu -back in the sixties-
Nepal is wow! Aangekomen in Kathmandu komt de geurige wierook in Thamel (het centrum) je al tegemoet. De Nepalese vlaggetjes wuiven je toe en de mensen zijn ontzettend vriendelijk. De hippie-achtige sfeer die de hippies begin jaren 70 vanuit Europa hebben achtergelaten hangt er nog steeds. Thamel is één groot Waterlooplein-achtig gebeuren. Winkeltjes met  gebatikte t-shirts (ty-die) zie je overal tussen de trekkingswinkeltjes door. Als wij door de straten van Thamel lopen kijken wij onze ogen uit. We zien boeddhistische tempels en ruiken overal wierook. Marija voelt zich helemaal op haar gemak. En ook Jorrit kijkt zijn ogen uit naar de riksja’s en andere armoedige Nepalezen. Want de aardbeving heeft indruk gemaakt en schade gemaakt in deze stad. Vrouwen lopen in prachtige gekleurde gewaden/ jurken en met de welbekende rode stip op hun voorhoofd. We zien bij de tempels in de stad de rituelen die worden uitgevoerd en hoe de vrouwen de stip op hun voorhoofd zetten. Nog een een bloemetje achter in het haar drukken en meerdere malen Buddha eren.

Op de eerste dag dat wij in Kathmandu rondlopen is er een Nepalees festival. Hierbij wordt bij elke tempel een ritueel uitgevoerd en wordt het lichaam gereinigd. Ook wij mogen meedoen met het ritueel en krijgen een poeder die we in onze mond moeten doen en water om het weg te spoelen. Een emmer water waar iedereen uit drinkt! Een behoorlijke test voor onze darmen. Want Nepal is niet het schoonste land. Zo hebben we namelijk meerdere malen ergens gegeten waar je de ratten letterlijk ziet lopen. Geen grap!

Het verbaasde ons dat er in de hoofdstad en in de binnenstad geen geasvalteerde of bestraten wegen zijn. Met regenachtige dagen loop je met je slippers in de diepe modder, ruik je het riool wat boven komt drijven en zien we auto's in de kleine straatjes vast zitten in de diepe modder. Auto's hier zijn allemaal kleine auto's anders kom je niet in de binenstad Thamel. Zo zijn alle taxi's Suzuki Alto's. En..ja....deze auto's zouden in Nederland al lang op de schroot liggen als je de staat van onderhoud zou hebben gezien.  

Thamel heeft fantastische eettentjes en we genieten voordat we vertekken voor de trekking in de Himalaya. Aanvankelijk zouden we naar Everest base-camp gaan, maar het is hoogseizoen. We horen dat het druk is en er al 300 tenten staan en 30 expedities aanwezig zijn. En dat is het…..Je hebt geen top beklommen en het is ook niet de mount Everest (ook al heet het Everest base-camp). Het zicht op de Everest zelf is ook minimaal. We kiezen er voor om te starten met dezelfde route maar halverwege een aftakking te nemen. Dan zien we minder toeristen, beter uitzicht op de Everest en we kunnen daadwereklijk ook nog een top van een berg beklimmen. We hebben eer zin in. We gaan de Gokyio trekking doen.

We kopen een kaart in thamel van de route die we gaan lopen en hebben een sherpa geregeld. Ook de vliegtickets zijn in the pocket en we kopen nog de laatste spulletjes in een trekking winkel. 1 backpack laten we achter in Kathmandu. De ochtend van vertrek krijgen we onze permit om te klimmen.

De trekking begint in Lhukla. Voor we daar zijn hebben we de spannendste vlucht ooit! Lhukla is namelijk het gevaarlijkste vliegveld aller tijden. Nummer 1 van de gevaarlijkste vliegvelden. Check maar eens een youtube filmpje over airport Lhukla.!

In het vliegtuig begrijpen wij waarom...vlak voor de landing scheert het kleine vliegtuigje tussen de immense imponerende bergen met witte toppen. Het is prachtig maar iedereen in het vliegtuig houdt zijn adem in en kijkt met verbazende gespannen grote ogen om zich heen. Ook wij kijken zo. Het vliegtuig krijgt maar 1 kans om goed te landen… Zoniet…...BERG..BOEM.  We zien de landingsbaan met aan het aan het eind de bergtop. De landingsbaan is klein en kort, slechts een miniscuul streepje van 300 meter tussen de bergenpieken. Niet te bevatten dat dit kan! We kijken elkaar dan ook vol spanning en ongeloof aan als we de landingsbaan naderen. Gelukkig gaat het goed en binnen enkele minuten staan we buiten in de ijle lucht elkaar aan te gapen…onwerkelijk.

De trekking
We maken een prachtige trekking door de Himalaya. Overdag lopen wij tussen de 6 en 8 uur per dag. Door de ijle lucht en het vele klimmen loop je erg traag. Overdag is het heerlijk weer maar 's nachts is het koud. We liggen in slaapzakken voor -40 a - 50 graden. En dat bleek nodig ook. We slapen in guesthouses bij mensen thuis. De eerste nacht slapen we in een houten kamertje van spaanplaten en de kieren zijn zo groot dat een tent misschien dan ook beter geweest zou zijn. Wat hebben we het koud. Vanaf nu is het primitiief. In de bergen hebben ze geen verwarming op de kamer of normale toiletten. Vanaf nu beseffen we dat we het de komende weken moeten doen op de ouderwetse primitieve wijze.  

Na 2 dagen hebben we in het plaatsje Namche Bazaar een rustdag om te acclimatiseren om hoogteziete te voorkomen. Dit stadje in de bergen heeft nog alles waar je je laatste spulletjtes kan kopen. Wij doen dit ook want een echte wollen Yak muts blijkt niet overbodig. In Namche Bazaar drinken we koffie en leren mensen kennen. We horen van een groepje trekkers dat van hun groep slechts 3 van de 10 op basecamp zijn aangekomen. Ook in ons guesthouse verblijven mensen die al op deze hoogte hoogteziek zijn en niet verder kunnen. Van de mensen die op de terugweg zijn horen we dat het nog veel kouder wordt boven. Daarom koopt Marija dus ook extra handschoenen. Aangezien we al met een sjaal en muts op in onze slaapzakken liggen......doen we dat.

Als we koffie drinken komen er een aantal jonge mannen binnen met wie we in gesprek raken. Het zijn klim-instructeurs met een eigen bedrijf  voor klimmers die de top van de Everest willen beklimmen. We horen dat het ongeveer 70.000 euro kost als je de top wilt beklimmen. Vandaag de dag is dat de gemiddelde prijs voor alle professionele begrbeklimmers om de top te behalen. Van deze jongens horen we ook dat ze enkele dagen geleden nog met Ueli Steck (the Swiss machine, de beste bergbeklimmer van zijn generatie) op basecamp waren en uitvoerig met elkaar hebben gesproken. Ook onze sherpa heeft nog met hem gesproken. Op de ochtend dat we vanuit Kathamandu vertrokken krijgen we het nieuws dan ook te horen dat hij is overleden op de Nuptse (de piek berg naast de Everest). En als we aankomen op Lukla airport zien we dan ook dat er brancards met lijken/ zieke mensen door sherpa's worden vervoerd. IT IS REAL! Wij gaan dezelfde berg tegemoet. Van deze instructeurs zijn we erg onder de indruk en we praten wel bijna 2 uur lang met ze en zij uitgebreid met ons. Ze laten ons filmpjes zien van verschillende beklimmingen en bergtoppen en vertellen over de komende maanden. Ze begeleiden een groep van 13 klimmers. Ook zijn ze de eerste organisatie dit dit seizoen met de sherpa's als eerste camp 4 weten te bereiken. Ze vliegen op en neer om bij te komen in het dorpje Namche bazaar en wij zaten toevallig daar met hen te praten....misschien wel met de beste bergbegklimmers op aarde. Zie: Elite himalayan adventures. Deze gasten zijn echt pro! Vervolgens krijgen we een persoonlijke uitnodiging om bij ze op basecamp te komen. Maar wij vertellen dat we een andere route kiezen.

We zijn blij dat wij rust pakken als we naar de mensen om ons heen kijken. Hoogteziekte op deze hoogte komt al veel voor. Maar dat gaat ons niet overkomen denken we.....we doen het rustig aan. Wij weten ook dat we vanaf hier (Namche bazar) splitsen met de menigte die naar basecamp gaan omdat wij hebben gekozen om een top te beklimmen met beter uitzicht op de everest. Onze weg stijgt sneller in hoogte dan de weg naar Everest base camp dus we moeten ook wel rustig aan doen. We klimmen door en komen boven de boomgrens. In onze volgende guesthouse begint het dan ook te sneeuwen. we zitten midden in de wolken en zien ook de bergtoppen om ons heen die ons met al haar machtigheid probeert te imponeren. We slapen in de meest mooie ongerepte gebieden met prachtig besneeuwde pieken. We zien de Everest, de Notse en de Lhotse al van dichtbij. Ook de Amadablum piek zien we goed. De kou maakt ons 's nachts gek maar de mooie ochtenden maken alles goed zodra we de omgeving zien. De bergen imponeren ons. Dat gevoel is onbeschrijvelijk.

Het lopen wordt steeds zwaarder en we lopen en klimmen langzaam met standaard ons mond open om adem te happen. Nu we hoger komen moeten we ons ook overdag warm kleden en merken dat we standaard met muts op lopen.  

Na 5 dagen trekken zijn wij op 4500m hoogte en slechts 3 uur klimmen verwijderd van ons doel.  De top van onze reis door de himalaya....Maar het gaat mis. Ook wij worden geveld door hoogteziekte.  Marija begint te lopen alsof ze dronken is en Jorrit krijgt hoofdpijn maar gelukkig trok dat alweer weg. Lopen alsof je dronken bent is niet goed...wat ook bleek...

Voordat we verder gaan klimmen zwalken we langs een bergkliniek met onze sherpa en krijgen een consult op bijna 5000 meter hoogte. Al snel krijgen we de diagnose dat het levensbedreigend is om door te gaan. De symptonen blijken erger te zijn dan gedacht. Dronken lopen betekent namelijk vocht achter de hersenen. Als die druk niet meteen weg gaat en de vocht op de hersenen toeneemt kan dat leiden tot de dood. Marija wil niet opgeven en blijft er bij dat die 3 uur naar de top er heus nog wel bij kan, maar Jorrit ziet de ernst in. Ook de arts is dringend en geeft nogmaals aan dat het al dusdanig ernstig is met de dood tot gevolg. Ongeloof heerst er omdat we er bijna zijn en niet verder mogen. Zo goed getraind van te voren en toch overkomt ons dit. De arts zegt dat dit juist bij de besten voor komt. Zo wordt verteld dat veel professionele bergbeklimmers en getrainde mariniers soms ook moeten afhaken. Zelfs sherpa's die al op hoogte wonen kunnen zelfs nog hoogteziekte krijgen. Ondanks dat we rustig hebben gestegen (max 800m per dag klimmen) en tussendoor hebben geacclimatiseerd kan het alsnog gebeuren. Meteen dalen is de enige optie. Met tegenzin doen we dat ook. We hebben eigenlijk geen andere keuze. Anders spelen we met onze levens. Zeker omdat de hoogteziekte al in een verder gevorderd stadium was.

Gelukkig hebben we de Everest van dichtbij mogen aanschouwen en zijn we toch op flinke hoogte gekomen. De beelden van het dak van de wereld, het boven de wolken lopen tussen de hoogste bergpieken op aarde vergeten we nooit. Maar 1 ding is zeker...we gaan terug....die top moet nog bereikt worden.....

Aan elk nadeel zit ook een voordeel: we hadden meer tijd om de rest Nepal te zien. Na een ziekenhuisopname en het nodige uitzieken hadden we nog tijd over om Nepal verder te ontdekken.

In Kathmandu bezoeken wij een tempel waar op traditionele crematies worden uitgevoerd. Dit is een zeer indrukmwekkende gebeurtenis. Wij nemen plaats aan de oever van een klein smerig riviertje. Aan de overkant van het riviertje bevinden zich een tiental blokken waarop houtstapels geplaatst zijn. Met veel cermonie wordt ongeveer om het half uur een lichaam op een van de houtstapels geplaatst en aangestoken. Het is een luguber gezicht. Wij kunnen de halfbedekte gezichten zien terwijl het vuur om zich heen grijpt. Het duurt niet lang voordat wij midden in de rook zitten. De stank gaat door merg en been, en wij besluiten daarom ook verder te gaan. Wij aanschouwen de rest van het mooie tempelcomplex en pakken vervolgens de taxi naar ons hotel.  

Pokhara
We besluiten de volgende dag om naar Pokhara te gaan. We kopen een busticket voor de bus die er 5 uur over zou doen naar Pokhara.

De busrit was een hel....een busrit 5 uur (van ongeveer de afstand van Almere naar Rotterdam) resulteerde in een busrit van 11,5 uur! Tussen Kathmandu en Pokhara is maar 1 weg en alles en iedereen wordt vervoerd over die ene weg (langs afgronden waar je U tegen zegt). We zien de meest bizarre dingen onderweg. Bussen met geiten op het dak, inhaalmanoeuvres waar je misselijk van wordt en een zeer arm Nepal. Soms leek het alsof we in Afrika waren. We zien mensen wonen in hutjes die je nog geen eens hutjes mag noemen.Na 11,5 uur    komen we kapot aan in Pokhara.

In Pokhara voelen we ons weer relaxed en er hangt een fijne sfeer. Om het af te leren maken we de volgende dag een klim naar een tempel op een berg. Pokhara heeft een prachtig meer en met helder weer zie je de Annapurna en de Daulhgiri. Deze bergtoppen zouden wij normaliter nooit hebben gezien.

We besluiten om in plaats van de kick de bergtop te behalen een andere kick te zoeken. Marija's wens was om tijdens onze reis nog een keer te paragliden. En ja ja....dat is zeer populair in Pokhara. Het besluit staat vast. Wij gaan dit doen! Hoe vet is het om van een berg af te rennen en in de lucht te hangen? En dan ook nog met de Himalaya op de achtergrond. THIS IS THE PLACE TO DO IT!

De volgende ochtend staan we wederom op een berg maar de wind valt tegen. We wachten tot de wind draait en worden vastgeteugeld aan de parachute. Marija gaat als eerst en heeft direct de juiste windvlaag. Maar als Jorrit gaat zakt hij meteen naar beneden en staan binnen 8 minuten op de grond. Marija ziet het gebeuren vanuit de lucht. Eenmaal beneden staat Jorrit daar ook niet om mijn landing te bewonderen. Vanwege het gebrek aan wind moest hij op een andere plek landen. Na een half uur pikken we Jorrit op met een busje en horen we dat hij de volgende dag nog een keer mag. Nieuwe poging! Echter dat betekende wel dat we het reisschema aan moesten passen. Maar geen probleem....we zouden gewoon een dagje later naar het nationaal park gaan. Na deze teleurstelling was een 2e poging meer dan verdiend en die 2e poging was het meer dan waard. Jorrit wordt getrakteerd op een vlucht met een paar heftige airtricks. Een stralende Jorrit die uiteindelijk twee keer heeft mogen paragliden.

Chitwan -wildlife adventure-
Een dag later dan gepland besluiten we naar het Nationaal Park Chitwan te gaan. Nepal heeft meerdere nationaal parken met echte wildlife. Zo kun je neushoorns en zelfs tijgers spotten. Van te voren hadden we nooit gedacht op safari te kunnen in Nepal. Maar het kan hier en dus doen we dat.

We kopen een busticket en het zou 5 uur duren voordat we er zijn. Die 5 uur werd 8 uur! En als klap op de vuurpijl krijgen we ook nog een lekke band onder weg. Dit was overigens wel geweldig om mee te maken. Op Nepalese stijl verwisselen ze de band van de bus en we veroorzaken op de enige weg die er is een opstopping. Bijna aangekomen in Chtiwan zijn we blij dat we een leuk hutje in de jungle voor de komende 2 nachten. We vertellen dit aan een geintresseerde medereiziger die in Nepal woont. Hij vraagt hoe lang we blijven en wanneer we terug gaan. We vertellen dit en hij kijkt ook verschrokken aan en zegt dat er wegens de verkiezingen op die dag geen enkel vervoer zal rijden. Het hele land ligt dan plat. Tien minuten voor we aankomen horen we dus dat wwe de volgende dag weer weg moeten in dezelfde bus weer 8 uur terug! We bekijken de opties in de laatste minuten en hebben nog hoop op een prive taxi. Maar als we aankomen wordt alles gecheckt en bevestigd dat we geen keus hebben om de volgende dag weer om 7 uur te vertrekken. Dit terwijl we net zijn aangekomen en ook nog te horen krijgen dat het Nationaal parlk om 16.00 uur sluit! Jorrit heeft het helemaal gehad. Normaliter in deze situaties leggen we er ons bij neer en blijven wij een extra dag. Maar tja...het vliegtuig was al geboekt en betaald. We krijgen, omdat ze het sneu vinden, een upgrade en verblijven aan een prachtige rivier aan het nationaal park. Ook lukt het nog om tot 18.00 op safari te gaan. We zien neushoorns, prachtige blauwe vogels, verschillende soorten rendieren, apen, wilde zwijnen, termietenhopen en olifanten. 's Avonds gaan we nog lekker samen uit eten. We zitten in een tuinrestaurant en langs de bar zien we een grote rat lopen. Maar het maakt ons inmiddels niets meer uit. We eten heerlijk tussen de ratten onze curry en genieten van de upgrade van ons hutje aan de rivier.

In Kathamandu mogen we dag dag van de verkiezingen meemaken. De Nepalese bevolking kijkt er naar uit. Twintig jaar geleden stemden ze voor het laatst. En wij zijn getuigen van deze happening en sluiten onze trip in Nepal geweldig af!


God created mankind and the rest is made in China

Shanghai
Vanaf Beijing zijn we met de high-speed train naar Shanghai  gereisd. In 5 a 6 uur waren we in Shanghai. Het viel ons op dat Shanghai meteen een meer westerse stad was. Mensen spraken ineens een beetje Engels, maar ook de shoppingmalls en de winkels waren allemaal westers. Maar aan shopping malls hebben wij geen behoefte. We komen aan in de avond en hebben een grote kamer. De volgende ochtend ontdekken we Shanghai….We zijn in Shanghai met een reden… MAX VERSTAPPEN. Aanvankelijk zouden we niet naar Shanghai gaan maar toevallig was de formule 1 in China op het moment dat wij in China zijn en dus hebben we kaarten gekocht (al in Nederland). Vlak achter ons hotel is een hele straat omgetoverd tot een grand prix straat. Alles in het teken van de grand prix. De Heineken borden en vlaggen (ja ook bier) slaan ons om de oren. Proppers en dure VIP stages lonken naar ons. We worden gefilmd en gefotografeerd op de lopers.Tja want een rode en een donkerblonde westerse is ook hier toch nog bijzonder...Aan het einde van de straat is een stage opgezet en we zien een mega groot scherm. We wisten meteen dat we daar de kwalificatie zouden kijken. Want deze wilden we eigenlijk best live kijken, maar om 2 van de 3 dagen op het circuit te zijn in Shanghai is ook zonde. Dus we gaan de stad in en zien de mooie skyline. We gaan met een tunnel naar de overkant en pakken in het Ritz-Carlton hotel de skybar voor onze eerste cocktail van de hele reis tot nu toe. Dit is overigens een gouden tip voor de nog gaande Shanghai reizigers…… de uitkijkpunten van de befaamde wolkenkrabbers kosten je 20 euro p.p. en een wachtrij met mazzel van 2.5 uur. Het ritz-carlton hotel is gratis en je koopt voor die 20 euro gewoon een paar cocktails. En rond 17.00 is het happy hour…… tel uit je winst! Helaas hadden wij totaal geen zicht! het was mistig, maar de cocktail smaakte goed! En voor het eerst sinds weken een proper toilet.  De dag van de grand prix was fenomenaal. Met regen onderweg en voor de start (wat goed is voor Max Verstappen) en nog de perfecte plaatsen. Uitzicht op de start, de pitstraat en nog een groot gedeelte van het circuit. Max startte als 16e….met de opwarm rondes ging het helemaal verkeerd….. en Jorrit had een slecht gevoel….  Maar de echte start ging goed en wij stonden met onze gekochte Hollandse vlag naar Max te zwaaien. Het was een spannende race. Het geluid real time te horen was geweldig! Met euforie zagen wij dat max 3e werd. Een podiumplek. Onze dag kon niet meer stuk.   

Xian
Vanaf Shanghai hebben we wederom de speedtrain gepakt ditmaal naar Xian. Xian is een bekende stad vanwege het terracotta leger maar daarover straks meer. We hebben besloten een hostel te boeken in plaats van een hotel. Ook in Xian komen we ‘s avonds laat aan. Zo laat dat de eettentjes dicht zijn. Uiteindelijk vinden we nog een aftands tentje en hebben alsnog heerlijk gegeten. Maar toch de gewoonten van de Chinezen gooien vaak roet in het eten. We waren aan het natafelen maar voor korte duur. Chinezen houden zich namelijk niet aan regels. Ook niet in restaurants en roken gewoon te pas en te onpas in de restaurants… inplaats van een peuk uit te drukken in de asbak...gooien ze die gewoon op de grond...en het liefst richting Jorrit ofzo….net niet raak….met wat rochels op de grond en een lading peuken op de grond ben je dan gezellig aan het dineren onder TL-verlichting….heel charmant ja. natafelen is dus een no go….maar we blijven in China ons verbazen over de smerige gewoonten.  In Xian hebben we het terracotta leger bezocht...best impressive. Maar al snel komen er ook verhalen naar boven over conspiracy theories….interessant vinden wij. Aangezien China zwaar communistisch is en wij geen mail, geen maps, geen facebook hebben en je in China ook geen lonely planets kan kopen……. waarom zou het niet fake kunnen zijn? Google maar :-). Naast het standaard van het terracotta leger waarvoor elke toerist naar Xian komt vonden wij het Moslim kwartier erg leuk. Wij dachten dat we in Beijing in de streetfood market wel alles hadden gezien...maar niets blijkt minder waar. In het Moslim kwartier hangen de lammeren gewoon nog bloedend aan een haak. Het vlees wordt gesneden en je krijgt het vers op een stokje aangeboden vanaf de hete bbq.  Wij hebben voor 2 euro op straat een hotpot gegeten. Dat is een pittige soep en daarvoor kies je zelf vooraf je verse groenten uit… of tofu of whatever. Best te doen. Ook komen we er in Xian achter dat hostels veel beter zijn dan hotels in China. In hostels spreekt men Engels en ze kunnen je goed goed verder helpen. Ze bieden leuke gratis avonden aan zoals dumplings maken en je komt mede reizigers tegen met wie je kunt uitwisselen. Ook de muur om Xian heen hebben we bezocht en heerlijk overheen geslenterd.  

Chengdu
 Na een hel van 16 uur in een hardseat zitten (jaja 3e klas...je zou zeggen dat we er van geleerd hebben na de trans Mongolië- express… maar nee). We live on a budget…..maar zelfs de die-hard backpackers hebben ons uitgelachen…… Wij zijn flashpackers...maar op veel momenten overtreffen we de gemiddelde hippie-achtige backpacker die alles op budget doet. Maar reizen op deze manier dus niet…… de langharige gasten die we ook in Xian tegen kwamen lachen ons ook uit. Welke gek neemt er nou een hardseat….Wij dus! Maar goed...we komen aan in Chengdu. Wederom in een hostel…..de 16-urige treinrit heeft ons half in shock achter gelaten maar we zijn te moe….. de trein was zwaar ranzig en de Chinezen nog veel meer….Ze rochelen voor je voeten, roken in je gezicht en trekken ook hun sokken uit in een stoel tegenover je om aan de eigen zwarte poten (voeten) te friemelen en te pulken. Ondertussen gapen ze ons aan en zijn we een attractie in de trein. Vooral Marija werd aangezien voor een reuzenvrouw…..en stiekem worden er foto’s gemaakt. Soms ook niet stiekem. Chinezen komen gewoon ongegeneerd naast ons staan om een kwartier lang naar ons te staren. Jorrit doet vaak (zoals hij het heeft genoemd) een “Stare-out”. We lachen er maar om, ondanks dat het ongemakkelijk voelt….16 uur lang! In Chengdu zien we dezelfde reizigers als in Xian...en ze halen vaak informatie bij ons….wat we gaan doen en vaak weten wij al de weg. Soms horen we ook tips van anderen.  In Chengdu bezoeken we het Panda-breeding center. Hier hebben we van genoten. Ook het MAO-beeld zien we in de stad en nog wat tempels. Hier is vooral de oude stad met de thee tuin vol monniken waar we even genieten en het gevoel hebben uit een drukke stad te zijn. We worden helemaal gek van alle drukte en grote steden. En vooral de miljoenen chinezen die werkelijk overal zijn. We begrijpen bijna de geboorte beperking… China heeft zoveel inwoners…...en in de steden merk je dat. En niet alleen in de steden. Wat een drukte en constante herrie. Omdat onze volgende bestemming ook weer een mega grote afstand is en bijna niet te doen is over land, besluiten we een vlucht te boeken...op zoek naar rust…  

Zhangzaijie
 We bezoeken Zhangjajie omdat de natuur hier prachtig is. De Avatar film is hier op geïnspireerd en zelfs een scène opgenomen. We hebben een hostel geboekt naast de ingang van het park in het plaatsje Wulinyan. Veel mensen boeken een hotel in Zhangjajie (wat nog 40 minuten rijden is van het park). Op veel internet sites staat nog steeds een verkeerde omschrijving. Maar gelukkig zitten wij goed...Alleen….omdat onze VPN het niet deed (waarmee google maps het doet) hadden we niet uitgezocht hoe we er kwamen. En uiteraard spreekt niemand Engels. Totdat er een Chinees Engels sprak tegen ons  en heeft aangeboden om ons naar het dorpje te brengen…...eeehhhh scary…..niet doen dacht Marija… maar Jorrit vertrouwde de boel en ging alle scenario’s langs voor het geval het niet zou uitwerken. De Chinees bracht ons letterlijk voor de deur en wilde alleen maar met ons op de foto! Zo lief… In Zhangjaijie hebben we genoten in het park. Samen met de andere 3.1 miljoen Chinese toeristen. Gelukkig weten wij inmiddels dat Chinezen lui zijn en dus nemen wij de niet gebaande paden. lekker lopen dus. Als je dat doet kom je geen Chinees tegen. Vooral niet als je omhoog loopt.  

Fenghuang 
In Fenghuang hebben we 2 dagen genoten van een oude chinese stad. Het is er werkelijk prachtig met de verlichting ‘s avonds.Ook zien we hier steeds meer vreemde eetgewoonten. Zoals ratten in een kooi, kikkers en nog veel meer niet nader definieerbaar mogelijk voedsel. Met plaatjes aanwijzen op een menu kaart weten we niet wat we eten aan vlees…..Maar daar denken we maar niet te veel over na.   

Yangshuo 
In yangshuo hebben we weer een hostel. Hostels in China zijn echt beter dan hotels. Daar waren we gelukkig al een tijdje achter. Yangshuo is een prachtig gebied in het zuiden van China met Ha-long bay (in vietnam) achtige landschappen en rivieren. Onze kamer heeft ook een geweldig uitzicht en hier blijven we dan ook wat langer. Omdat je hier alles zelf moet doen zijn er ook minder zichtbare Chinese toeristen. Yeahhhhh! We huren hier fietsen en een brommer en vermaken ons in het prachtige landschap. We doen een bamboo-raft van meer dan een uur en genieten in de zon. Het wordt namelijk steeds warmer tijdens onze reis. We bezoeken in Yangshuo ook de bergen die op het 20 yuan briefje staan. Het is onwijs mooi. Op een lokale markt in het dorp waar we bananen willen kopen zien we ineens honderden hokken met konijnen, ratten, eenden en wat je nog meer kunt verzinnen. En ja hoor…..daar zagen we het dan echt..honden en katten hangend aan een haak. En mensen die in de rij staan om een stukje hond te kopen. Ondanks dat we wisten dat dit in China echt gebeurd zijn we toch flabbergasted en aangedaan…. Onder de katten die gevild aan een haak hangen zien we letterlijk de nog levende straatkatten in een hok zitten. Slik. Toch maken we er een foto van…..we vervolgen onze weg door de markt...maar zonder eetlust. En geen zin meer in banaan.  Voor de rest hebben we vier heerlijke nachten gehad in Yangshuo. 

Hongkong  
Na een aantal weken uit de drukke steden te zijn geweest komen we met de highspeed train aan in Hong Kong. We gaan hier officieel de grens over. Hongkong is echt een aparte staat met andere valuta. Voor het eerst in ons leven lopen we de grens over en we zien de grensafscheidingen (een rivier omringt met muren). Eenmaal in Hong Kong is alles Westers. Niets in vergelijking met Shanghai. Hong Kong is geen China, dat zien we meteen. We zien veel expats, westerlingen. Iedereen spreekt Engels en op elke hoek zit een Starbucks. We hebben het hier naar ons zin en eten voor het eerst sinds weken geen Chinees voedsel. Toch wel even lekker voor de afwisseling. Ook weten we wat we eten, hahaha! 

In Hongkong lopend zien we ineens een cafe. Cafe Mokum dat zich klaarstoomt voor Koningsdag….per toeval lopen we er langs en hebben een hele avond gefeest met allemaal Nederlanders net zoals in Nederland met Koningsdag. We eten haring en bitterballen en hebben lol. Dit hadden we niet verwacht maar was een cadeautje.  

Op naar  the next step Nepal. Waar we inmiddels zijn en morgen een trekking maken in de Himalaya om te Everest te bezichtigen. De komende weken zijn we offline. Maar 1 ding is zeker...Nepal is wow! Marija is totaal in haar element en Jorrit geniet ook. Wat een lieve mensen hier. Het is mooi, mensen zijn lief en aandoenlijk. De Nepalese vlaggetjes lachen ons toe en de geurige wierook hangt om ons heen.  

Tot snel! 

ps..foto’s volgen maar overal is het internet zo traag….daarom duurt het soms wat langer tot de eerstvolgende update :-)  

Smog city: Beijing!

Na het laatste stuk met de trein arriveren we in Beijing. We stappen als één van de eersten uit de trein op het perron. We gaan onze eigen gang maar al snel zie ik dat de rest van onze wagon vol met toeristen ons volgt. Maar zodra we buiten staan zijn we iedereen al kwijt. Want de meesten hebben een pick-up naar het hotel. Anderen vliegen direct weer naar huis na de treinreis. Wij…genieten van de zon tussen een massa rochelende Chinezen.

Rochelende Chinezen
Hier moeten we wel wat over schrijven. Want binnen de eerste minuut buiten het station hoorden we gerochel. OMG! We keken elkaar aan (lachend maar totaal verongelijkt en vol ongeloof). En Jorrit zei: “Schat, wen hier maar vast aan, want dit ga je de komende weken zeker vaker horen!”.

En ja hoor. Het is hier heel normaal om vanuit je tenen te rochelen en vervolgens op straat te spugen. Als we in de stad lopen horen we soms al op 500 meter afstand een Chinees rochelen. Als we ergens in de rij staan horen we gerochel. Zelfs toen Marija op het toilet zat kwam er uit het hokje naast haar ook echo van rochelend geluid uit.  Wat een geluid! En JA! Vrouwen zijn net zo erg! Inmiddels kunnen we er enorm om lachen. Net als de andere miljoenen Chinezen kijken we er inmiddels niet meer van op, maat schieten we nog steeds in de lach zo nu en dan.

Beijing ervaren wij als een relatief relaxte stad. De temperatuur is aangenaam na de Siberische kou en we staan allebei in een soort van relax-modus. Een beetje wandelen, een beetje verkennen en lekker eten (al heb je werkelijk geen idee wat je eet). Nummer 148 (babi Pangang met lijst) heb je hier niet.  Maar we vinden het lekker. De volgende dag zijn we nog steeds in relax-modus en besluiten verder te relaxen in het Belhaj park. Een prachtig park waar alles mooi in de bloei staat met mooie prieel-achtige tempels van ongeveer 500 jaar oud aan het water. We genieten met volle teugen. Ook omdat we eindelijk weer een eigen kamer hebben, een warme douche en dus wat privacy. Na het park wandelen we langs de verboden stad en duiken steeds dieper en dieper Beijing in. Uiteindelijk komen we bij een streetfood market. We besluiten hier een hapje te gaan eten.

De streetfood market:
We zijn in de Wangfujing straat, waar een street food market is . Honderden chinese lampionnetjes lachen ons toe en lokken ons de straat in. Tussen de massa van stinkende Chinezen proppen wij ons door de straat en al bij een van de eerste kraampjes zien we schorpioenen op een stokje, sprinkhanen, larven, zeesterren, spinnen, mega-grote duizendpoten en slangen. Allemaal gefrituurd en op ambachtelijke wijze op een stokje gepresenteerd in de kraampjes. We komen ogen te kort. We zien de nog levende schorpioenen op een stokje bewegen. Jorrit besluit het te gaan proberen. Binnen 2 minuten heeft hij 3 schorpioenen gegeten. Of het lekker was? …..Het smaakt eigenlijk nergens naar. Behalve dat je op sommige stukjes wat langer moet kauwen om het weg te krijgen. In deze straat eten we nog lam van een stokje (misschien was het wel kat, kan ook, je weet immers nooit wat je krijgt). Ook halen we een zakje gebakken kastanjes. Erg populair onder de chinezen. De tofu en vlees kraampjes wisselen elkaar af en we zien de meest bijzondere gerechtjes. Ijsjes gemaakt van rijst, sapjes in bekers waar rook vanaf komt. En verdere niet definieerbare geuren en gerechten.

De Verboden stad – poging één
De volgende dag gaan we opgewekt naar de Verboden Stad. De metro is al behoorlijk druk, maar eenmaal aangekomen staan we ineens in een immense massa chinezen. Zoveel mensen bij elkaar hebben we nog nooit gezien. We stonden zeker tussen een paar honderd duizend mensen. We doen een poging, maar eenmaal door de gate worden we zwaar ontmoedigt. Echt te veel mensen..ehhh rochelende chinezen. De kaarten waren op maar inmiddels hadden we toch geen zin meer tussen die mensen massa.

Summer Palace
De volgende dag zijn we weer naar een park achtig iest geweest. Het Summer Palace. Dit was echt heel erg mooi. Met een grote maar….MAAR……weer duizenden chinezen! Rijen meters dik en wederom kroelende massa’s chinezen die werkelijk van elk detail een foto maken. Met name van zichzelf in diverse poses. Toch besluiten we naar binnen te gaan. Eenmaal binnen proberen we routes te pakken waar zo min mogelijk mensen lopen. We snappen niet hoe het kan dat er zo veel mensen op één plek kunnen zijn.  Verdoofd zitten we ergens in een courtyard van een tempel en spreken we mensen uit Shanghai die zoweliswaar Engels spreken. Ze vertellen ons dat het vakantie is voor de Chinezen. En de Chinees zelf is de grootste toerist in eigen land.  Nu konden we tenminste accepteren dat het zo druk was. Voordeel is dat we alle hotspots verder hebben kunnen uitkiezen buiten de vakantie. Want je wil toch niet met een miljoen mensen op de Chinese muur staan?

De Chinese muur – The great wall!
Hier komen we bij een bucketlist puntje. Aanvankelijk was het de bedoeling om er op te kamperen met een tentje maar het seizoen was net begonnen en het was te koud. Voor wat betreft de muur: Wij hebben bewust gekozen voor een avontuur en om een stuk muur te zien dat niet toeristisch is. Tevens was de wens om een oud stuk muur te zien dat niet gerestaureerd was (zoals het bekende stuk dat in alle boekjes staat en waar duizenden mensen lopen) No WAY!  Wij willen rust en sereniteit, echtheid en authenticiteit.

En zo geschiedde. Met een paar mensen hebben we een behoorlijke trekking gemaakt. We hebben kilometers gehiked op de muur. En het waren nog pittige stukken muur (behoorlijk steil). Maar helemaal voldaan en een goede oefening voor de Everest.

De Verboden Stad poging twee
Poging twee was gelukt. Toch wel weer tussen heel veel mensen maar gelukkig zeker honderduizenden minder dan poging 1. Maar inmiddels hadden we al zo veel tempels gezien in Beijing dat we niet meer verrast waren door de pracht. We hebben fijn geslenterd tussen de toeristen in de Verboden Stad, naar Chinese toeristen gekeken en de tempels aanschouwd.
Maar ook wij blijken een attractie te zijn. Overal waar we lopen worden we bekeken. Ook vragen mensen of ze met ons op de foto mogen. Hier waren we al over ingeseind. Blijkbaar zijn westerse mensen bijzonder vooral ouderen en jonge meisjes vragen aan ons of ze op de foto mogen met ons. Want foto’s maken is tenslotte hobby nummer 1 van de gemiddelde chinees. Vooral de selfie-sticks vliegen je om de oren. Wij vragen ons regelmatig af waar ze nou foto’s van maken. Elke hoek of onzinnig detail komt op de foto. En dat er duidenden anderen op de foto staan deert ze totaal niet. Zo zijn de chinezen ook voor ons een attractie. We vermaken ons kostelijk met onze ogen. Het kijken naar dit volk is al een tour op zich….
Daarna was het weer tijd om te relaxen in een park (waar Beijing er vele van heeft en prachtig zijn).

Fietsen – het verkeer
Het verkeer is in Beijing een totale chaos, precies zoals verwacht. Het is een geregelde chaos. Bij het eerste zebra-pad kwamen we erachter dat dit begrip niet bekend is bij de chinees. Ook als stoplichten op groen staan heb je geen garantie dat je veilig kunt oversteken. Blijkbaar zit er een bepaalde rangorde in wat eerst gaat. Want een bus of taxi gaat altijd voor, ook al staat het licht voor jou op groen.

Vanwege de enorme smog die boven Beijing hangt heeft de overheid enkele jaren geleden besloten dat er geen brommers met motor meer mogen rijden. Vandaag de dag zie je dus alleen maar oldtimer brommer die elektrisch zijn gemaakt. Super grappig om te zien. Maar LEVENSGEVAARLIJK! Je hoort die krengen namelijk niet aankomen. En Beijing heeft duizenden scootertjes. Ook dit was wennen. Ze zoeven gewoon langs je heen met het geluid van een veertje dat op de grond valt. Ook viel het op dat we heel veel fietsers zagen. Amsterdam is er niets bij. Misschien telt Beijing meer fietsen. Zoals in het nummer van Katie Melua ”there are 9 million bycicles in Beijing”. Wij denken dat het er meer zijn. Want sinds vorig jaar heeft de overheid een fiets systeem bedacht. Best briljant eigenlijk. Dit zijn huurfietsen die elke chinees kan huren met een QR code op de telefoon. Scannen, slot gaat open en gaan met die banaan. Op elke hoek van de straat staat een rij/stalling met fietsen. Dit werkt kennelijk want er wordt enorm veel gebruik van gemaakt.

Ook wij hebben een fiets gehuurd en lekker door Beijing gefietst.

De fietstocht
Na een heerlijke rit op de fiets en even geshopt te hebben in één van de vele malls die Beijing heeft komen we weer bij onze fiets. En ja hoor! Marija heeft een lekke band. Wij moesten dus op zoek naar een pomp...of een fietsenmaker. Gedurende de dagen dat wij in Beijing waren hebben wij veel verschillende winkeltjes en zaken gezien, maar fietsenmakers zoals wij die kennen, kennen ze hier niet. Dan maar hopen dat de lokale Chinees ons misschien kan helpen. De eerste Chinees begrijpt al direct wat er aan de hand is en wijst ons een grote straat in. De volgende 3 Chinezen wijzen ons allemaal dezelfde richting op. Uiteindelijk zien wij achter een busstation een man op een stoel, met naast hem een kapotte fiets met losse fietsbanden om het stuur. Is dit dan de fietsenmaker? Nee dus. Hij lijkt niet te begrijpen wat wij nodig hebben. Maar na 5 minuten daar te staan –Jorrit was inmiddels in de straat verder aan het zoeken- lukt het Marija eindelijk om onze vraag duidelijk te maken. De man staat vervolgens op en maakt met drukke gebaren duidelijk dat wij hem moeten volgen. Wij lopen een stuk met hem mee, links, rechts, links… en aan het einde van de straat vinden wij een fietsenmaker. YES! Althans, fietsenmaker…het is een mannetje in een leren jas met leren schoenen die met een bak-fiets-scooter op de hoek van de straat fietsen en scooters repareert. De man die ons daar gebracht heeft legt uit wat wij willen. De fietsenmaker pakt de fiets, draait hem op zijn kop en begint met harde hand de fiets uit elkaar te halen. Jorrit ziet dat de man weet wat hij doet, en dit klopt ook. Binnen 20 minuten zit er een nieuwe band op en 45 Yuan (€6) verder zitten wij weer op de fiets en zijn wij een mooie ervaring rijker.

Uiteindelijk zijn we 7 dagen in en rond Beijing geweest. We hebben uiteraard nog veel meer gezien. Zoals de Drum-tower. En nog heel veel mooise straatjes, meren, eettentjes.

Foto's volgen! 

Trans Mongolie express final part (check ook de fotoserie!)

Al eerder schreven we over de trans-Mongolië express ‘all episodes’. Maar toch ontbreekt het laatste stukje. Het stuk van Mongolië naar China. Dit laatste stuk duurt nog zo een 2 dagen. En ook hier hebben we in de Chinese trein weer een prachtige 4-berth cabine die we kunnen afsluiten. Heerlijk vinden wij nog steeds. Wat dat betreft was het maar goed dat we het eerste stuk in de 3e klas hebben gereisd. Want tenslotte genieten we nu elk moment in de trein. Het stuk van Mongolië naar China door de Gobi woestijn is mooi. Wel wat eenkennig op een gegeven moment.

Om 17.00 ’s avonds verlaten we de Mongoolse grens. Dit gaat gepaard met flinke controles net zoals van Rusland naar Mongolië. Dit betekent dat je je paspoorten af geeft en alles in de cabine gecontroleerd wordt tot aan tassencontrole aan toe. Ook weten we al dat als we van Mongolië uit zijn, straks opnieuw het hele gebeuren moeten doorstaan aan de Chinese kant.  Bij de grenscontroles moeten we onze gordijntjes dicht doen en mogen niet meer naar buiten kijken. Maar natuurlijk doen we dat stiekem toch. We zien dan als we de grens over komen rijden dat er gesalueerd wordt door de grenswachters. Dit is wel cool om te zien en hadden we niet willen missen. Na nog 2 uur stilstaan mogen we verder.

En na een tijdje komen we bij de Chinese grens. Weer mensen in andere statige pakjes die ons komen controleren. Bij elke grens ontvingen we vooraf van die visa formulieren om in te vullen. Uiteraard hadden wij de mazzel dat dit in het Mongools was….ja…vul dan maar in. Maar dit hebben we goed gedaan. Voor de Chinese grens ontvingen wij wederom van deze briefjes en ook weer een Mongools geschreven formulier. Fijn dat wij al wisten hoe het moest, want de rest van onze wagon kwam er niet uit en liep hysterisch rond. Ineens waren wij populair omdat iedereen wilde spieken.

De grenscontrole verliep soepel en na nog eens een paar uur wachten hoorden en voelden we dat we werden losgekoppeld. Dit was het moment dat de trein gereed werd gemaakt voor het verwisselen van de wielen. Na veel gebonk en heen en weer rijden achter een tuffende locomotief komen we aan in een werkplaats. Het is dan al donker. In de werkplaats staan wel 50 mannen en zien we de liften al staan waar de treinwagons mee gelift worden om de nieuwe treinonderstellen onder te zetten. Dit is voor ons treinstel (ook nog eens de allereerste) een hele happening. Iedereen kwam uit zijn cabine en stond in de gang vermakelijk te kijken naar wat er ging gebeuren. Nadat wij gelift werden zien we de oude wielen weg rijden…zo onder ons vandaan. We mochten geen foto’s maken maar ook dat doen we natuurlijk gewoon stiekem. Net als de rest van de mensen in ons treinstel. Het ging allemaal best snel. Maar dan ben je er nog niet. Daarna werden zeker nog wel 25 treinstellen aan elkaar gekoppeld.  Dit ging niet met beleid. Maar met een hoop kabaal en harde schokken. Na weer heel veel heen en weer rijden achter de tuffende locomotief is het dan eindelijk zo ver. Om ongeveer half 2 ’s nachts rijden we weer. De volgende ochtend arriveren we in Beijing.

Ni Haou! Hallo!  

De Trans-Mongolie express oftewel the Vodkatrain!

Laten we beginnen met het uitleggen hoe onze trip er voor de komende dagen uit ziet. We vertrekken van Moskou naar Irkutsk. Van Moskou tot Irkutsk duurt het 4 nachten en dagen aaneengesloten in de trein. Dan stappen we uit in Irkutsk en verblijven we aan het Baikal meer (in het plaatsje Litsvyanka). Eén van de grootste zoetwater meren van de wereld. Hier verblijven we een dag en stappen dan weer op de trein naar Mongolië.  Voor we bij onze volgende stop zijn (Ulaanbaatar) zitten we nog 2 nachten in de trein. In Ulaanbaatar zullen we weer uitstappen om het nationaal park Terej  te bezoeken te slapen in een ger kamp. Daarna vertrekken we naar China door nog 2 dagen in de trein door te brengen.

Bij alle stops staat er een Honcho voor ons ons klaar. Een Honcho is een vriend in de stad. Deze pikt je op bij de stations en brengt je naar je hostel. Ook geeft een honcho je tips over wat je kan doen, wat er te zien is en waar je lekker kan eten voor een goede prijs.

Trans Mongolië expres – part 1

Met nog meer dan 9000 kilometer voor de boeg richting China zijn we opgestapt op de Trans Mongolië expres. Oftewel vanaf nu the Vodkatrain! We hebben de budgething bolshevik geboekt. Dat betekent dat we ons geen luxe veroorloven en ervoor hebben gekozen om flink te reizen en…in de 3e klas zitten. De komende 4 nachten en dagen verblijven we in een 6 berth (6 persoons achtige cabine). Maar van een cabine kun je niet spreken. Het is allemaal open. Je ligt hutje mutje tussen de stinkende russen. Bovendien zitten we met 1 ander persoon (uit Australië) in de trein en de rest is toch echt rus. We hebben geluk want 1 persoon is uitgevallen dus we hebben 1 plek vrij waardoor we overdag een bankje hebben.  We ervaren de trein wisselend. Je leeft letterlijk op elkaars lip zonder privacy, tussen geurend eten (noodles) van anderen maar zien het toch als een avontuur. De eerste nacht was een hel.  We hebben slecht tot niet geslapen tussen de 55 man die in dezelfde open wagen verblijven. Wij zitten er tussen. Dunne schotjes waar de bedden tussen hangen is alles wat er is. Zelfs geen gordijnen. Je loopt als je naar de wc moet ook letterlijk tegen andermans zweetkakken aan die uitsteken in het gangpad. Maar heej…wij wilden avontuur toch? En dat krijgen we. Behalve in de trein een beetje hangen kun je genieten van het prachtige Siberische uitzicht en zijn de dronken Russen geïnteresseerd in ons. Maar het blijft lastig om gesprekken te voeren met ze. Maar goed we hebben wel lol. Na een aantal dagen in de trein is deze trein onze woonplaats geworden. Met weinig slaap, een ranzig toilet, geen douche vermaken we ons toch prima. Op de stations kunnen we er af en toe uit en lopen we rond op het perron. Hier doen we dan onze rek en strek oefeningen. Soms hebben we associaties met een gevangenis en grappen daarover. Zoals Joseph Oubelkas in zijn boek: ‘400 brieven aan mijn moeder’ schreef over een periode die hij onterecht in de gevangenis van Marokko verbleef, lijkt het verblijf in de trein op een ‘sardine in blik’ effect. Met je hoofd bij de voeten van een ander.

Op de laatste avond in de trein voor onze stop in Irkutsk komen we op het perron een ander Nederlands stelletje tegen. Zij mochten vertoeven in de 2e klas. Ze waren werkelijk in shock toen ze ons verblijf in de trein zagen. Met dit stel hebben we de uiteindelijk behoorlijk wat vodka weggetikt en reisverhalen uitgewisseld.

En tadaaa! De volgende ochtend mochten we de trein verlaten. Frisse lucht, eindelijk!

Baikalmeer

Vanuit de stop bij irkutsk in Siberië zijn we gelijk doorgereden naar Litsvyanka. Een plaatsje direct aan het Baikalmeer gelegen. Het Baikalmeer bevat 20% van al het zoetwater over de hele wereld. Stel er is nergens water meer zou dit meer (zeggen ze) de hele wereld voor een aantal jaren van water kunnen voorzien. Als we aan komen rijden zien we het meer al. Het is bevroren en schittert door de zon in al haar pracht. We wisten meteen al dat we na een lekkere douche (eindelijk) direct hier naar toe wilden gaan.

We knappen op door de buitenlucht en hebben uren over het meer gelopen. Het was werkelijk prachtig. We verbleven in een guesthouse op een berg met ook weer prachtig uitzicht op het Siberische landschap.

De volgende dag zijn we bij het Baikalmeer gebleven. De honcho gaf als optie om naar Irkutsk te gaan in de ochtend, maar dat zagen wij niet zitten. We wilden genieten van de frisse lucht en de mooie uitzichten op het meer. We zijn met een ski-lift naar een viewtop gegaan om het uitzicht op het meer nog beter te kunnen bewonderen. Vervolgens zijn wij naar beneden gewandeld door de dikke laag bevroren sneeuw die er lag.

Onze honcho Had op ons verzoek een husky-slee tocht geboekt. WOW! Dat was enorm gaaf, maar man, man, man wat stinken die honden zeg, hahahaa. Het was ontzettend leuk om te doen en we hebben allebei genoten van ieder een eigen rit door de sneeuw.  Dit hadden we niet van te voren gepland om te doen en was een zeer leuke bijkomstigheid.

Na de husky tocht zijn we met de honcho naar Irtkutsk vertrokken.  Al daar hebben we een stadswandeling gemaakt en hebben we veel informatie gehad over de stad en over de geschiedenis van Rusland. Leuk om iemand van je eigen leeftijd om je heen te hebben die graag wat van de eigen omgeving wil laten zien. Na een diner zijn we ’s avonds weer op de trein gestapt om door te reizen naar Mongolië.

Trans-Mongolië expres – part II

Vanaf nu zitten we in een 4 persoonscabine/ coupe. Met een deur die je kan afsluiten. Heaven! Wat een luxe! Daar waar de anderen al aan het klagen waren in de guesthouse over de rit vanuit Bejing naar Mongolië en van Mongolië naar Irkutsk in de 2e klas, konden wij volop genieten van de luxe. Ook al slapen we al meer dan een week apart en delen we kamers met anderen zijn we blij en hebben we zin in de rit. Alles is een verademing na die 4 nachten vanuit Moskou. We kunnen nu lekker muziek draaien, vrijuit praten en wij hebben meer privacy.

Het landschap veranderd geleidelijk en we komen aan in Mongolië. De grens oversteek verliep prima. Het duurde al met al zo een 4 uur. En we mochten weliswaar 2 uur lang naar buiten (op het perron). Vermakelijk hebben we gekeken naar het wisselen van de treinstellen. De Russische wagons die werden losgekoppeld en de Mongoolse wagons die via een andere kant werden aangekoppeld.  Locomotieven die werden verwisseld en na een aantal uur van het heen en weer rijden van wagons stonden er ineens een trein met twee delen.  Eén Mongoolse treindeel en daarachter een Russisch treindeel.

Mongolië – Nationaal park Terelj – Ulaanbaataar

Na 2 nachten zijn we aangekomen in Mongolië. We komen aan om 5.30 en het is nog donker. Onze Honcho staat al op het perron en verteld ons dat we direct naar het nationaal park gaan in plaats van het hostel zoals aanvankelijk de bedoeling was. Weer geen douche dus. Maar goed inmiddels maken we ons daar al niet meer druk over. Gelukkig hebben we pakken met babydoekjes mee waar we ons inmiddels dagelijks mee wassen. Met de opkomende zon kunnen we langzaam Mongolië aanschouwen. Een Rode gloed over golvende bergachtige heuvels laten ons kennismaken met Mongolië. Ontzettend mooi en na een uur rijden komen we bij onze Ger aan. Prachtig verscholen tussen de Mongoolse heuvels. YES! Dit is mooi en alles wat we er van verwacht hadden.

Na wat tijd in de Ger te hebben doorgebracht zijn we naar een nomaden familie gegaan. Erg indrukwekkend. We waren te gast bij een vrouw van 72 die inmiddels alleen is en nog steeds leeft als een nomaad. We hebben van alles kunnen vragen en de honcho kon alles voor ons vertalen. Ondertussen kregen we allerlei authentiek Mongoolse lekkernijen. Dit bestond uit een soort snoepje van gekookte melk waarvan de bovenste vetlaag was afgehaald en daarna met suiker en rozijnen was gebakken. Een soort nougat. Daarnaast stond een schaaltje met gefossiliseerde witte kaas stukjes (mix van geiten en schapenkaas), als brosse stukjes opgediend. Een soort vergane en uitgedroogde / versteende feta leek het. Marija heeft het gegeten uit respect (Marija lust geen kaas) maar ging ondertussen helemaal stuk. En toen kwam het leukste gedeelte. Het Mongoolse drankje: Paardenmelk met alcohol. Hierop gingen we allebei stuk. Maar de eer om het op te drinken was aan Jorrit toebedeeld. Het smaakte naar yoghurt dat ver over datum was. Als klap op de vuurpijl kregen we ook nog thee bereid op Mongoolse wijze. Dit is opgewarmde melk met water en kruiden. Dit hebben we beiden keurig opgedronken.

Terug bij onze Ger ontvingen een Mongoolse lunch. Schapensoep en nog allerlei andere dingen. Daarna zijn we gaan paardrijden door de heuvels nog half bedekt met sneeuw. Wat hebben we gelachen op dat beest. Vooral Jorrit die bij elke draf “Auw, auw, auw”,  schreeuwde omdat zijn ballen werden bekneld omdat het Mongoolse zadel toch echt relatief klein is. Marija had een haak in haar bil zitten. En hoe mensen het doen die nog dikker zijn….daar gelaten. Maar wat een lol hadden we. Zelfs toen onze paarden een eigen bosweg kozen en we door allerlei bosjes werden gesleurd. Tja.. de Mongool die met ons mee was, was niet duidelijk in het aangeven van directies.

Na het paardrijden zijn we nog een fikse wandeling gaan maken door de Mongoolse heuvels om de zonsondergang te zien. We hebben genoten van het uitzicht, de glooiende heuvelachtige bergen, de sneeuwtoppen en de ijle lucht. Op de top hebben we de wandeling samen met zonsondergang afgesloten met een biertje dat we hadden meegenomen.

’s Avonds hebben we met onze honcho en nog 3 andere mensen Mongoolse spelletjes gespeeld. Dit doen ze met enkelbotjes van schapen. De Mongolen zijn erg creatief met dit soort dingen. Het was ontzettend leuk en na een paar rondjes verschillende spelletjes gespeeld te hebben zijn we onze Ger ingedoken alwaar wij met een stel vriendelijke Britten marshmallows in ons haardvuur hebben gesmolten.

Ulaanbaatar

De volgende dag zijn we van het nationaal park Terelj naar het Chengzis Khan standbeeld geweest. Een erg populaire bezienswaardigheid. Maar omdat het winter is, zijn er nauwelijks toeristen. Dus zijn we alleen met de mensen uit ons Ger camp. Het was zelfs nog dicht toen we aan kwamen. Het beeld staat in the middle of nowhere en is echt verschrikkelijk lelijk. De Mongolen zijn er overigens trots op. Dit moet in de toekomst een echte toeristische attractie worden met daarom heen een heel park gebouwd. Het is al een attractie maar toen wij er waren vel dat niet op omdat er geen andere mensen waren. We hebben aldaar 2 musea bezocht en zijn in het beeld op de top geweest.

Daarna zijn we naar ons hostel in Ulanbaataar gegaan. Alwaar we de stad hebben verkend.

De volgende dag vertrekken we naar China.

Zie ook onze fotoserie bij dit verhaal!